‘Mission impossible’, moet Jozef van Riel ruim tien jaar geleden gedacht hebben, toen hij de vraag kreeg om de St. Antonius molen te laten restaureren. Die vraag kreeg hij van Bertus van Berkel (48), deze keer te gast op Het Bankje. “Dat lukt nooit, zei hij toen, maar de familie van Riel wilde wel meewerken”, herinnert Bertus zich als de dag van gisteren.
Bertus werd een kleine drie jaar geleden gevraagd om voorzitter te worden van Stichting Eerdse Molen, dit nadat Jan Ploegmakers te kennen had gegeven de voorzittershamer neer te leggen. “Ik ben er trots op dat ik als voorzitter gevraagd ben!”
En zo is eigenlijk de cirkel weer rond, want Bertus stond aan de wieg van het oprichten van de stichting en uiteindelijk de restauratie van de molen. “Ik was ruim tien geleden de voorzitter van de dorpsraad en ik had zeven projecten, zeg maar zeven dromen, die ik hier in Eerde gerealiseerd wilde hebben. Een gerestaureerde molen was er één van. Ik ben toen een aantal mensen bij elkaar gaan zoeken waarvan ik dacht dat die het konden bewerkstelligen om de molen weer in zijn oude staat terug te brengen. Binnen een maand was alles rond en was de Stichting Eerdse Molen een feit. Jan Ploegmakers werd de voorzitter, hij heeft vele connecties en contacten. Elize Janssen werd secretaris, zij is goed in communicatie. Dennis Hoefnagel werd penningmeester, hij is een kei in financiën. Henk Biemans en Bart van Geffen hebben veel bouwkennis en Wim van Riel is de man van de historie van de molen en de lijn naar de familie Van Riel. En het mooie is dat ze nu nog steeds allemaal in het bestuur zitten, op Jan na natuurlijk.”
Hoe omschrijft hij het bestuur? Bertus: “Als gezonde tegenpolen. Het is een moeilijke klus om het bij elkaar te houden, omdat het ook zo’n ingewikkeld traject is. Ik heb nog een leuke anekdote over hoe Jan Ploegmakers altijd een discussie waar geen einde aan kwam, altijd op zijn geheel eigen wijze beëindigde. Hij ging dan staan, zwaaide wat met zijn armen en riep: ‘We stoppen ermee en we slapen er nog een nachtje over!’ Maar, ik denk dat tien jaar geleden op het juiste moment het de juiste mensen waren om hiermee aan de slag te gaan. Nu zal dat niet meer lukken, daar ben ik 100% van overtuigd. Ik heb er ook altijd in geloofd. Het heeft zo moeten zijn.”
We schenken de kopjes nog een keer vol met koffie en genieten ondertussen van een in bloei staande heide met al die paarse kleuren op deze mooie zomerse dag in de Eerdse bossen. Het is overigens geen goed ‘molenweer’: het is... windstil.
Bertus dacht in eerste instantie dat de restauratie in vijf jaar wel zou kunnen worden gerealiseerd. Maar toen bleek dat de financiën niet rond kwamen werd er geadviseerd om eerst de molen te kopen, zodat ze meer kans zouden maken om voor subsidies en dergelijke in aanmerkingen te komen. “Subsidies krijgen betekent wel dat je alles tien keer moet verantwoorden. Je bent dan ook verplicht om op meerdere plaatsen offertes aan te vragen, we moeten als stichting alles kunnen verantwoorden. Daar gaat veel tijd in zitten. Je moet ook de factor geduld daarbij niet vergeten.”
Het heeft daarom ook wat langer geduurd als Bertus vooraf gedacht had, namelijk niet vijf, maar tien jaar. Dat is een hele lange tijd. Maar, om met de woorden van oud-voorzitter Jan Ploegmakers te spreken: ‘je moet geduld hebben, maar je zult er voor beloond worden’, is het toch gelukt om de molen te restaureren en een belangrijk gebouw vol met historie voor de toekomst hier in Eerde te bewaren.
Tien jaar ‘onderweg’ zijn met het herstellen van de Eerdse molen gaat niet zonder slag of stoot. Twee pijnpunten wil Bertus eruit lichten. “Bij de restauratie wil je zoveel mogelijk bedrijven uit Eerde erbij betrekken, en dat is niet altijd gelukt. Het tweede is dat Aad en Hella Lelieveld uit de festiviteitencommissie Opening St. Antonius Molen Eerde zijn gestapt. De laatste is toch wel het moeilijkste moment voor mij persoonlijk.”
Bertus noemt één woord wat hij als het ‘mooiste moment’ wil aanwijzen: vrijwilligers. “Het is onbetaalbaar hoeveel uren de vele vrijwilligers erin hebben gestoken in de restauratie. De bereidheid om mee te helpen, allemaal met één doel, daar krijg je veel waardering voor. Daarnaast natuurlijk ook de vele sponsors die, met welk bedrag dan ook, de restauratie financieel hebben ondersteund.”
“Maar”, zo zegt hij daarna, “we hebben het plaatje nog niet rond. We moeten inkomsten genereren en op een gezonde basis de exploitatie rond krijgen. We horen als stichting veelvuldig ‘wat gaan jullie doen na de opening?’. We hebben een paar suggesties waardoor er geld kan binnenkomen, zoals: wat gaan we met de ruimtes doen, een actie om ‘vriend van de molen’ te worden en bijvoorbeeld rondleidingen voor de schooljeugd. Dit zijn zomaar enkele ideeën. Maar we krijgen nul subsidie, laat dat duidelijk zijn. We moeten onze eigen broek ophouden. Ik heb daarom nu ook geen last van ‘de laatste loodjes’, ik zie de opening eerder als een nieuw begin.”
Ter afsluiting naar de dag van overmorgen, de officiële opening en naar het feestweekend. Bertus: “Het zal een mooi maar emotioneel moment worden en... we hebben Jozef van Riel een eer bewezen.”