Ze worden telkenmale vermeld in het intro van deze rubriek, maar iemand die regelmatig in de bossen te vinden is heeft ze de laatste twee jaar niet meer gezien. Maar zie, ineens lopen ze (vier stuks) weer te grazen op het heideveldje tegenover het bankje, ‘onze’ Drentse heideschapen. Hoogste tijd om hun ‘baas’, herder Erica van de Stadt (49), uit te nodigen.
Erica is geboren in Kaduna, die plaats ligt in Nigeria in Afrika. Hoe komt ze dan hier in Eerde terecht? Erica: “Mijn vader werkte veelal in het buitenland en op verschillende plaatsen hier in Nederland. Ik ben denk ik wel een keer of 15 verhuisd. Toen ik in Enschede woonden had ik al veel op met de natuur en dieren. Ik was veel met paarden bezig en zo. Toen ik later naar Delft verhuisde in 2002 en een border collie nam, bloeide de liefde voor schapen weer in me op. Het was echter niet simpel om in een stad een weide te vinden voor mijn schapen. Uiteindelijk vond ik een stuk grond voor de schapen om te grazen: het talud van de A4.”
Ze werkte op dat moment op de universiteit van Delft en leerde daar Eerdenaar Jan van Lieshout kennen, met wie ze wat later een it-bedrijf opstartte.
Toen ze in 2004 besloot om in Eerde te komen wonen samen met Jan, heeft ze de schapen, een vijftien in getal, meegenomen. “Ik was niet van plan om een kudde te beginnen, meer om het erbij te doen omdat het zo leuk is”, verteld ze nu. “Maar toen het Masterplan Vlagheide om de hoek kwam kijken, was het misschien wel een leuk idee om ook iets met een schaapskudde te gaan doen in het plan.”
Terwijl we de koffie nog een keer inschenken, wordt Erica constant in de gaten gehouden door twee ogen. Het zijn de ogen van Kaina, een van de twee border collies die haar meehelpt om de kudde te sturen. “Ze zijn gefokt voor het werk met de schapen, zonder zo’n hond kun je het schudden”, zegt ze stellig. “Kaina is al een oude dame, de andere hond Tynn heb ik thuis gelaten, die is nog jong en nog wat te onstuimig. Ik werk liever met een teef dan met een reu, want die kunnen niet zo goed tegen mijn ‘druk’ op.”
De hond laat mooi zien hoe ze samen met Erica, die commando’s (in het Engels) en met een soort fluitje aan haar doorgeeft, de vier schapen precies op hun plek houden. Al duurt dat uren, de hond is waakzaam en oplettend.
Ook opvallend is het moment toen Erica aankwam bij het bankje voor dit interview, de schapen al richting de afrastering kwamen gelopen omdat ze kennelijk haar stem herkennen.
Dan de prangende vraag waarom er al zolang geen schapen meer op het heideveldje hebben gelopen? “Staatsbosbeheer heeft de regie over dit project, welke zo’n vier, vijf jaar geleden is opgestart. Eerst liepen er meer schapen op dit gebied te grazen, maar Staatsbosbeheer vond dat dit ten koste van de heide ging, en heeft het stopgezet. We hebben nu besloten om het met een paar schapen een bepaalde tijd te proberen, en kijken hoe dit bevalt.” Positief nieuws dus. De omheining en de bordjes die aangeven dat het een begrazingsgebied is, staan er anders voor Jan met de korte achternaam.
Het heideveldje is maar een klein gebiedje, Erica zoekt dan ook naar uitbreiding: “Het hondensportveldje bijvoorbeeld zou ideaal zijn, het ligt tegen dit veldje aan en zo kun je met de schapen van het ene naar het andere gebied kunnen trekken. Maar er zijn nog meer veldje die in aanmerking zouden komen voor begrazing.”
De kudde bestaat nu uit zo’n 160 schapen, de meeste grazen langs de A50 op Schil en Punt, maar hoe ziet Erica de toekomst van hun schapen in de Eerdse Bergen? “Ons motto is: lokale zorg voor lokale natuur. We willen iets kleinschaligs in dit gebied. De kudde moet zichzelf kunnen bedruipen. Dit kan door het verkopen van lamsvlees en begrazing. We hebben nu ook het plan ingediend om een bezoekerscentrum, op de locatie van het ponyveldje aan de Schoolhuisweg, op te richten. Het moet een thuisbasis worden waar we bezoekers kunnen ontvangen, ook een plek voor activiteiten, zoals het schaapscheren en waar we exposities en workshops kunnen houden. De komende maanden zullen cruciaal zijn of dat dit doorgang kan vinden. Wij zijn positief, nu de gemeente nog.”