EERDSE KRANT

  Nieuwsblad voor Eerde online!

 

 

    

het bankje

 

Op misschien wel het mooiste plekje in de Eerdse bossen staat een (houten) bankje, met uitzicht op een stuk heide, waar in de zomer Drentse heideschapen grazen. Omringd door bossen, fluitende vogels en de gezonde geur van boslucht dé ideale plek om, onder het genot van verse koffie met iets lekkers, een `Eerdenaar´ te interviewen over een (actueel) onderwerp.

 

EERDSE KRANT - 8 september 2011

Op 1 september jl. is het 25 jaar geleden dat Marietje van den Berg (70) werd gevraagd door de voorzitter van het kerkbestuur om koster te worden. Zij is deze keer te gast op een zonovergoten bankje.

“Het was net in die tijd dat pastoor Kemps er mee stopte. Jas van Houtum was weliswaar een ‘bietje’ koster, maar omdat pastoor Kemps veelal alles zelf deed had men toch een probleem. Ik zat toen vaak op woensdagavond in de kerk, toen was er nog een mis op de woensdag, en toen kwam de voorzitter van het kerkbestuur, Theo Braam, mij vragen of dat ik koster wilde worden. Ik zei: dat is goed, en zo is het gekomen. Ik heb geen les of zoiets gekregen. Ik heb in de loop van de jaren van de verschillende pastors die we gehad hebben het een en ander opgestoken en geleerd en goed samen gewerkt. Maar, ik houd altijd wel een bepaalde afstand tot hun, zo zeg ik altijd ‘meneer pastoor’. Dat hoort zo, vind ik.”

En zo is Marietje al 25 jaar lang een keer of twee, drie en soms zelfs vaker in de week in de kerk te vinden. “Bij het klaarmaken van de kerk ga ik altijd systematisch te werk.. Eerst dit doen, dan dat, zo vergeet ik niets. De periode rond Pasen, de Goede Week, is het drukst. Je hebt Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Paaszaterdag en -zondag. Dan begin ik bijvoorbeeld ’s morgens om negen uur, en dan is rond de klok van twaalf uur alles in orde voor de volgende mis. Tussendoor natuurlijk wel even tijd voor een kopje thee, maar daarna weer vlug aan het werk. Ook bij een begrafenis komt veel kijken. Ik doe die meestal zelf. Het is heel precies werken. Je hebt respect voor de overledene en dan moet je secuur te werk gaan. Iemand zei ooit eens tegen me dat ze nooit bij mij zou kunnen samenwerken, want jij bent veel te secuur.”

Op het bankje is het ook tijd voor nog een kopje thee, want Marietje mag geen koffie meer.

Als Marietje in de kerk is, dan doet ze altijd de deur op slot. “Bernard Mobers zei 25 jaar geleden tegen me om de deur altijd op slot te doen als je in de kerk bent. Daar heeft hij gelijk in. Je weet dat er nu niemand zomaar in de kerk kan komen en het geeft daarbij een veilig gevoel.”

Toch heeft Marietje een keer een ‘angstig’ moment meegemaakt. “Eén keer in de week moet de godslamp bijgevuld worden. Met een touw haal je die dan naar beneden om dit te kunnen doen. Maar wat gebeurde er: het touw bleek rot te zijn en knakte. ‘Boem’, ging het toen. De lamp knalde boven op mijn hoofd. Ik denk dat ik zeker vijf minuten knock-out op de grond heb gelegen. Gelukkig had ik een telefoon bij me en heb ik Bernard kunnen bellen. Het heeft nog lang zeer gedaan”, zegt ze terwijl de pijn en de schrik nog op haar aangezicht is af te lezen.

De thee wordt koud, Marietje vertelt bevlogen over het ‘kostervak’. Ze kan, zonder iemand te kort te willen doen, gerust de spil in het kerkgebeuren rondom een viering hier in Eerde worden genoemd. “Ik doe het ook heel graag”, geeft ze aan. “Vroeger moest ik elke zondagmorgen een uur lopen om naar de kerk te gaan. We woonden bij ons thuis tussen Veghel en Keldonk, dus dat was elke week een behoorlijk eindje wandelen, en dat bij weer of geen weer. We kregen een pepermuntje mee voor onderweg, dat was alles. Misschien is dat de basis geweest wat ik nu doe.” Ze zegt dan ook dat ‘we rijk zijn met dit geloof’.

“Als er hier in Eerde op zondag geen viering is dan ga ik altijd naar Veghel naar de kerk. Ik moét van mezelf op zondag naar de kerk. Maar ik kijk dan ook met ‘kosters-ogen’ naar zo’n viering, ik vind het ook interessesant hoe zij het doen. Laatst was ik in Olland bij een trouwviering van een neef, en daar stond de microfoon te ver van de spreker af. Dan komt het niet goed over, op dat soort dingen let ik op dan.”

Ze doet naast het kosterschap nog veel meer, zoals zich inzetten voor een reeks aan goede doelen. Zo gaat ze langs de deur voor de Eerdse missionarissen, Vastenakte, Kankerbestrijding, Epilepsie en het Rode Kruis. Heeft ze nog tijd over voor hobby’s? “Ja hoor, ik lees zo’n drie boeken in de week, ik ga graag fietsen, voor een mooi EO-programma blijf ik thuis én natuurlijk onze kleinkinderen.

Dan een prikkelende vraag: is koster een uitstervend ras? “Nee hoor”, zegt ze stellig, “we zijn hier in Eerde met z’n zessen, dat gaat hartstikke goed.”

Uw redacteur heeft de grootste moeite om Marietje bij te houden met schrijven, ze verteld honderduit. Op de laatste vraag om een leuke anekdote te vertellen valt ze stil. Maar er gebeurt toch iets grappigs. Niet door Marietje zelf, maar door manlief Tonnie. Op het moment dat het interview eigenlijk klaar is, het schrijfgerei al is ingepakt, komt plots haar man Tonnie langsgefietst. Marietje verbaast: “Haha, hij moest even naar Schijndel en hij komt volgens mij nu express hier langs om denk ik even te ‘controleren’. Tonnie lacht en fiets rustig door. Marietje pakt twee tellen later ook haar fiets, en één maal raden wat haar bestemming is.

 

Menu: het bankje