Hier vindt u een aantal (opvallende) artikelen die in 2020 in de Eerdse Krant hebben gestaan.

EERDSE KRANT - 9 januari 2020


Band Apostrophe' brengt hun eerste plaat uit!


Vandaag (donderdag) is een spannende dag voor de band Apostrophe’, een Veghels bandje met daarbij 'onze' Cas Habraken. Vanavond om acht uur komt hun eerste liedje, met de titel Bottles, online op hun eigen YouTube-kanaal en die van Popsport. 


De band Apostrophe’ bestaat nu ruim vier jaar en is ontstaan bij de organisatie Pop&Co Bandcoaching uit Veghel en Schijndel. Vijf jonge muzikanten vonden elkaar en vormen nu een bandje dat al enkele leuke optredens achter de rug heeft en wekelijks een paar keer te vinden is in de popkelder van CHV Noordkade om te repeteren, plezier te beleven aan muziek maken en te dromen dat ooit nog eens ene Marco Borsato in hun voorprogramma komt te staan!


Even voorstellen, de bandleden. Vier uit Veghel, eentje uit ons dorp. Willem Bennenbroek is de leadzanger en gitarist, achttien jaar oud. Sander Weber is zeventien en is de drummer. Teun van Wershoven is achttien en speelt ook gitaar. Zijn tweelingzus Eefje is de pianist en last but not least Cas Habraken (foto, rechtsonder) uit Eerde. Hij is de oudste van het quintet, negentien en hij speelt basgitaar. 


Dat er potentie zit in dit ‘goed stel’ zag ook leraar Joost van Sprundel van Pop&Co. Hij meldde de band aan voor Popsport 2019. Popsport is het landelijke coachingsprogramma voor jonge, talentvolle muzikanten, bands en producers die verder willen komen met hun eigen muziek. De band kreeg muziekinhoudelijke coaching van onder andere Okke Punt, schrijver van de nummer 1-hit Reünie, en ze kregen coaching in stage performance, marketing en songwriting. Zo krijgen ze meer inzicht in de muziekbusiness en hoe je je daarin als artiest, muzikant of band kunt bewegen. Het programma bestond uit een viertal workshops en werd afgesloten met een opname in de studio van de Nijmeegse band De Staat. Daarvoor hadden ze al een keertje in Utrecht in een andere studio gestaan, echter niet zo professioneel als die in Nijmegen, om alvast een keertje te oefenen. Op 7 december was de opname in Nijmegen en dat was zweten volgens de bandleden. ‘We kregen een uur de tijd om het nummer op te nemen en als je al drie kwartier nodig hebt om alles af te stellen, dan begrijp je wel de nodige stress die het oplevert. We hebben het nummer Bottles tweemaal gespeeld. De eerste keer verliep niet vlekkeloos, de tweede opname verliep goed. Er zijn meteen ook filmopnames gemaakt, dus ook wij zijn benieuwd naar het eindresultaat. Want vanavond zien ook wij die videoclip van Bottles voor het eerst. Spannend dus! Dit is ons Instagram-account waarop we de clip plaatsen; @apostropheband.’


Als afsluiter van het interview (hun allereerste!) speelt de band het nummer in hun repetitieruimte. ‘Bottles gaat over de overeenkomst tussen mensen en glazen flessen. Het nummer gaat eigenlijk nergens over, maar dat gaan de meeste nummers niet’, grappen ze vooraf. Er wordt eerst wat gestemd, drummer Sander tikt dan af en vervolgens vult de popkelder zich met heerlijke pop- en rockklanken met een vleugje indie. Bott-les een rustig nummer met een aantal uptempo stukken; het klinkt lekkerrr en applaus volgt! 


‘We hopen op zo’n duizend views in de eerste twee weken’, geven ze als verwachting aan. Dat zouden er best wel eens meer kunnen worden, aldus de muziekverslaggever van deze krant…


Voor wie vanavond wil meezingen, hierbij de songtekst:

We are just like bottles, if you let us fall we break

When you hold us fully transparant, no lies or hidden heartache

Build from a trillion parts we've all overcome

flames and pressure make sure we all fuse into one


Shattered apart, until an fire lits back up


Shine a light on me and my multicolored shadow is yours

But throw me in a sea and I'll sink down to ocean floors

Hold me, enjoy me, taste me till im emptied out

Don't leave me hanging if you're someone I can't live without


Shattered apart all over the ground

Shards bring good fortune, until a fire lits back up

Ooh just like recyclable glass 


Shattered apart all over the ground

Shards bring good fortune, until a fire lights back up

Ooh just like recyclable glass, 

ooh just like recyclable glass

ooh just like recyclable glass

EERDSE KRANT - 23 januari 2020


Vreemde 'carnavals-eend' op receptie Prins Mark d'n Urste


Het was het afgelopen weekend receptietijd voor carnavalminnend Eerde. CV De Oivers was twee dagen lang gastheer van de recepties van Prins Mark d’n Urste en zijn Gevolg en de Jeugdheersers, Jeugdprins Dignan, Jeugdprinses Jada, Adjudant Boaz en Hofdame Jori en verwelkomde vele carnavalsclubs, families, vrienden, bekenden en dorpsgenoten in De Brink.

 

Prins Mark d’n Urste en zijn Gevolg hadden het er maar druk mee zondag. Veelal kon er geluisterd worden naar voordrachten of liedjes, maar soms moesten de handen uit de mouwen. Zoals bij hun vriendengroep waar de Prins met een speelgoedkraan een kroket moest opscheppen, Prinses Janneke met een mes in de mond een broodje moest voorzien van boter, Adjudant Marc al fietsend met een grote hengel achter op zijn rug met de kroket aan een touwtje, er voor moest zorgen dat de Prinses deze kon pakken, op het broodje kon leggen en de Prins het kon opeten. Hilarisch!

 

Honderden handen werden geschud tijdens de recepties. Eén hand was een bijzondere die Prins Mark d’n Urste zondagmiddag kreeg op zijn receptie. Namelijk die van Prins Julien Voliere dun Urste uit Krabberdonk. Oftewel dé Prins van Den Dungen. Voor de eerste maal was er een Prins, uit het dorp onder de rook van Den Bosch, op receptie hier in Oiversland. De reden is, zoals hij in zijn woordje aangaf op het podium, dat hij een neef is van Hofdame Jessie en daarom voor een heuse carnavalspremière zorgde. Hij werd vergezeld door zijn Adjudant Lochte Penne en een aantal Raad van Elf-leden (foto). Een bijzondere samenstelling heeft zijn Raad van Elf, want deze bestaat uit in totaal vijftien dames! De Prins is duidelijk in zijn nopjes, zo geeft hij desgevraagd aan. ‘Wat wil je nog meer als Prins, met deze mooie dames telkens op pad te gaan’, geeft hij met pretoogjes aan. Al direct na binnenkomst stuitert hij in de rondte. Is hij soms zenuwachtig? ‘Nee, totaal niet’, geven de dames van de Raad van Elf aan, ‘zo is hij eenmaal! Maar bij ons in de buurt is het niet gebruikelijk, zelf een receptie te geven of op receptie gaan. Dit is voor ons de eerste keer, het is misschien toch wel een beetje spannend voor hem.’

 

Terwijl de Prins nog even verder stuitert, vragen we ‘zijn’ dames naar zijn plus- en minpunten. ‘Hoho, het is ladies’, corrigeren ze. ‘Want onze Prins heeft een stuk grond in Schotland, dus is hij een Lord en zijn we zijn ladies.’ Dan weer serieus. ‘Een pluspunt is zijn leeftijd, hij is drieëndertig! Hij heeft een vlotte babbel, ziet er leuk uit, is sportief en… is nog vrijgezel. Verder is hij een goede ober en hij is grenzeloos. Dat laatste moeten we even uitleggen, want ‘grenzeloos’ is namelijk het thema van dit jaar in Krabberdonk. Minpunten heeft hij ook; hij let niet op tijdens vergaderingen, hij zit altijd te appen, hij woont nu in Den Bosch en hij is een beetje bijdehand. En om nog even terug te komen dat hij nog steeds vrijgezel is: hij is op dat gebied heel kieskeurig.’

 

De ladies hebben het goed naar hun zin, het is een vrolijke boel. Totaal ontspannen staan ze even later op het grote podium. Prins Julien spreekt de zaal en zijn nichtje Jessie en Prins Mark en Gevolg toe alsof hij dat al tien keer eerder heeft gedaan. Hij spreekt ook de wens uit dat zijn opvolger het volgend jaar hier graag weer wil komen. Is dit het begin van een traditie? De dames zorgen voor het cadeau. In appelkiste-stijl; een boerenkoolboeket!

 

Terug op de begane grond gaat het gezelschap vrolijk verder waarmee ze gebleven waren, feestvieren en plezier maken. Prins Julien oogt ietsjes rustiger nu, de druk is er kennelijk wat af. Raad van Elf-ladie Diana laat weten dat ze derdejaars is. ‘Je mag bij ons maximaal drie jaar lid zijn van de Raad van Elf. Ik zit nu in mijn derde en dus laatste jaar, maar ik wil eigenlijk nog wel een jaar eraan vastplakken. Of nóg twee! Het is zo leuk, we hebben een gezellige groep.’ Ze geniet ook zichtbaar, met een wijntje in de hand. Is ze al ooit in ons dorp geweest? ‘Volgens mij stond hier vroeger alleen een telefooncel als ik me goed kan herinneren. Ik wist niet dat ze daar een dorpje omheen hebben gebouwd…’

 

Leg die uitnodiging maar alvast klaar. Mét een voorwaarde; dat ze wel met alle vijftien komen en niet met de helft!

EERDSE KRANT - 6 februari 2020


Ook drie nieuwe dorpsraadleden voorgesteld op extra bijeenkomst


Brede steun voor plan herbestemming kerkgebouw!


De extra bijeenkomst maandagavond in De Brink, belegd door dorpsraad Eerde, heeft voor opluchting gezorgd in ons dorp; het plan voor herbestemming kerkgebouw, gezamenlijk gepresenteerd door Hans van den Tillaart en Aldwin van Hooft, kan rekenen op een breed gedragen steun. De schop kan nu in de grond! Medio 2022 moet, als alles volgens plan verloopt, de school haar deuren kunnen openen. 

 

Tegen de klok van achtuur maandagavond stroomt de foyer van De Brink helemaal vol. Rond de tweehonderdvijftig belangstellenden zijn aanwezig, om ‘de toekomst van Eerde te bepalen’, aldus avondvoorzitter Bertus van Berkel tijdens zijn openingswoord. Hij is blij met zo’n grote opkomst en benoemd dit ‘de dag van de duidelijkheid’. “Een spannende dag ook”, volgens hem, “want we hebben iets bereikt; dat is om van twee plannen één plan te maken.”

 

Bertus licht eerst wat toe over de aanloop naar deze bijeenkomst. “In november tijdens een openbare bijeenkomst waren we goed op weg, maar de domper van de avond was het opstappen van de voltallige dorpsraad. Samenwerking was onmogelijk geworden, de oorzaak heeft te maken met communicatie. Samen met ook een oud-voorzitter, Ad Bekkers, zijn we de kar gaan trekken met een simpele opdracht; een nieuwe dorpsraad zoeken. We hebben in de afgelopen maanden vele mensen gesproken, uit de gemeenschap en van de kerk. We wilden duidelijkheid in het proces. Dus ook mét elkaar zoeken naar oplossingen. We hebben tenslotte allemaal hetzelfde doel: het kerkgebouw behouden én een nieuwbouw van de school.”

 

Ad Bekkers vult aan. “We hadden een bestuurscrises. Het zoeken naar een nieuw bestuur moest gecoördineerd en met vertrouwen gaan. We moesten een samenwerking op gang brengen en er een werkbaar proces van maken. Op 13 januari is er met alle partijen gesproken. Wensen, mogelijke frustraties en meningen zijn kenbaar gemaakt. Daaruit is een conceptplan gemaakt door de twee architecten Aldwin van Hooft en Hans van den Tillaart dat we vanavond te zien krijgen. We roepen daarom ook een nieuwe werkgroep in het leven die door de nieuwe dorpsraad wordt benoemd en onder de vlag ván gaat werken. Voorstellen voor een nieuwe naam voor die werkgroep zijn welkom, evenals mensen die zich willen aanmelden. We willen een respectvolle en daadkrachtige samenstelling. Samen met deze opkomst hebben we daar alle vertrouwen in.”

 

Bertus neemt daarna weer het woord en meldt dat de subsidie die de Pastorietuin destijds heeft gekregen voor de inrichting in het vat blijft zitten, daar ze uitstel hebben gekregen en dus gebruikt kan worden als de school klaar is. Hij geeft ook aan dat het zover is dat we iets met de kerk moeten gaan doen. “De meeste partijen kunnen we voorzien en we hebben een unieke mogelijkheid. Eerde wil duidelijkheid!”

 

En die krijgt het, want de twee architecten Aldwin van Hooft en Hans van den Tillaart geven een presentatie over hoe het een en ander er komt uitzien (impressie-afbeeldingen: Van Hooft Architecten/LA Architecten). Hans geeft in zijn inleiding aan dat betaalde huurders nodig zijn om het kerkgebouw te behouden en daarnaast een gedeelte van de ruimte over te houden voor de geloofsgemeenschap. Samen met Ton Verhoeven en Hans Verouden vormt hij SHAAK en hebben ze gesprekken gevoerd met de gemeente en stakeholders, te weten Skipov, parochie, de geloofsgemeenschap en Vrienden van de Eerdse Kerk. Daaruit kwam naar voren dat Hans namens SHAAK het schoolgedeelte voor zijn rekening neemt en Aldwin het geloofsgemeenschapsgedeelte. “De opdracht was om een ideaal plan te maken dat leidt totstandkoming van een Integraal Kind Centrum. De status is nu dat er een voorlopig ontwerp ligt”, aldus Hans.

 

Die wordt op het grote beeldscherm getoond met de daarbij horende uitleg: "De school telt vijf lokalen met een verdiepingsvloer waar evenzoveel appartementen komen. Een balkon dient als een soort luifel en daarmee een stukje privacy biedt tussen school en appartementen. Dit is ook een stukje verdienmodel om de kerk te kunnen restaureren. De aula is in het achterste gedeelte van de kerk geplaatst. Tussen de lokalen en de aula is een verwerkingsruimte. Elk lokaal heeft een gevoel- en zichtlijn naar elkaar. Er moet nog heel veel gebeuren, maar de planning is om op het einde van dit jaar de vergunning te krijgen, medio volgend jaar kunnen starten en in 2022 het klaar is. Maar als er bezwaren komen gaan we deze planning natuurlijk niet redden.”

 

Aldwin neemt het geloofsgemeenschapsgedeelte voor zijn rekening. Hij onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor een kleinere ruimte waarin je het geloof in kan belijden en komt uit op een kapelvorm in het voorste gedeelte van de kerk. “Het altaar wordt een halve slag gedraaid en komt in het midden te staan van die ruimte. De liturgieraad heeft hiervoor toestemming gegeven dat het altaar gericht staat naar het hoogaltaar. Aan alle kanten zijn er zitmogelijkheden voor tussen vijftig en honderd mensen, daar ook een stukje van de aula er kan worden bijgetrokken. De ingang van de kapel komt aan de zijkant, vlak bij het patronaatsgebouw, die met een hellingbaan en een trap bereikbaar is. Daar komt ook een aanbouw, de zogenaamde ontmoetingsruimte.”

 

Als slot van zijn presentatie leest hij een stukje voor uit de 40-jarigjubileumeditie van de Eerdse Klanken, die van juli 2010. Daarin kreeg hij in een interview de vraag wat de belangrijkste gebeurtenis of verandering voor Eerde waren in de afgelopen veertig jaar en voor de komende veertig. Hij geeft aan dat in die komende jaren er wederom van alles gaat veranderen. “We hebben er nu tien jaar opzitten van die veertig, we zijn alweer een volgend hoofdstuk aan het schrijven. Kom uit de loopgraven en werk samen. Er liggen nu kansen en die moeten we grijpen”, besluit hij. 

 

Vervolgens krijgt Ad Wonders het woord. Hij is bestuurslid van de Franciscus Parochie en begint met de uitleg over de ‘machtsverhoudingen’ binnen het geloof. “Het bestuur is acht jaar geleden na de samenvoeging met andere parochies eigenaar geworden van de Eerdse kerk. Het parochiebestuur beslist echter niets, deze moet verantwoording afleggen aan het bisdom. Toen wij hoorden van de plannen van SHAAK waren we direct enthousiast. Nu zijn we zover dat de parochie overgaat tot verkoop en het kapelgedeelte terug gaat huren van SHAAK. Het gaat in eerste instantie om een periode van vijf jaar, maar na drie jaar is er een evaluatiemoment ofdat we door gaan. De geloofsgemeenschap moet wel levensvatbaar blijven, is ons standpunt.”

 

Aldwin geeft als opmerking aan dat die periode kort is en gooide het idee op tafel om als ‘Eerde’ de pastorie te kopen, daar mensen van de geloofsgemeenschap een gemeenschappelijke ruimte willen mocht de parochie besluiten na drie jaar om te stoppen met het huren van het kapelgedeelte. Echter wil het bisdom daar vooralsnog niet in meegaan, hoewel zowel parochie als SHAAK hier niets op tegen hebben.    

 

Hiermee werd het kerkgebouw- en schoolonderwerp afgesloten en werd een toelichting gegeven over de taken van de nieuw te vormen werkgroep en de zoektocht naar een nieuwe dorpsraad. “Die heeft veel energie gekost”, geeft Bertus toe. “We hadden vijf mensen gevonden maar twee zegden helaas weer af. Eerde kan niet zonder dorpsraad en daarom zijn we blij dat Patrick Ketelaars, Gerard van der Velden en Jan de Wilt samen de kar willen gaan trekken. We willen graag zeven mensen in het bestuur, daarom een oproep aan verdere kandidaten om zich te melden. Onze taak is hiermee nog niet af, we zijn halverwege. Vanaf volgende week zal de nieuwe dorpsraad weer actief zijn.”

 

Tot slot de rondvraag. Daarin werd opgemerkt waarom de kapel ook niet voor twintig jaar en nog eens twintig jaar kan worden gehuurd, net als bij de school het geval is? Heeft de parochie zo weinig vertrouwen in de geloofsgemeenschap? Nu kan er bijvoorbeeld beknibbeld worden aan de inrichting van de kapel door de nieuwe eigenaar. En wat gebeurt er met het interieur op het moment dat de kapel niet meer gebruikt gaat worden? Ook werd opgemerkt om respect te tonen voor SHAAK dat ze zijn doorgegaan. Applaus klinkt bij de toehoorders. Ook een applaus voor de opmerking dat een nieuwe basisschool héél hard nodig is, want het is een …zooi!

 

Bertus sluit iets voor de klok van halfelf de constructieve bijeenkomst, die heeft gezorgd voor helderheid en duidelijkheid en breedgedragen steun, krachtig af met: “Niet mauwen, maar bouwen!”

EERDSE KRANT - 20 februari 2020


Charlotte Looman maakt debuut in musical over Tina Turner!


Een droom kwam vorige week zaterdag uit voor Charlotte Looman. In het prestigieuze Operettenhaus in het Duitse Hamburg speelde ze voor de eerste keer de rol van Tina Turner in TINA: The Tina Turner Musical! De Eerdse Krant sprak een paar dagen later met de in Eerde geboren en getogen musicalster.

 

Ze zit nog vol met adrenaline. Niet verwonderlijk, een paar dagen daarvoor speelde de achtendertigjarige Eerdse voor de eerste keer de hoofdrol in TINA: The Tina Turner Musical! in het Noord-Duitse Hamburg. De musical beleefde zijn wereldpremière in april 2018 in het West End theater in Londen. Een jaar later werd de musical ook voor de eerste keer in Hamburg gespeeld en sinds november ook op Broadway in New York. Vorige week kwam daar Nederland bij, en wel in het Beatrix theater in Utrecht. De volgende locaties staan ook al gepland, in Australië en Spanje.

 

Terug naar Hamburg, waar Charlotte inmiddels een appartementje betrekt en waar ze nog zeker tot half september zal verblijven. Daarna verplaatst het hele ‘circus’ zich zuidwaarts in Duitsland, naar Stuttgart. “Ik ben niet de eigenlijke hoofdrolspeelster. Er zijn voor elke Tina-musical vier Tina’s nodig. Je hebt zeg maar de eerste Tina, zij heeft de echte hoofdrol. De tweede Tina is de alternate. Je hebt acht shows per week, dat is heel zwaar. Dus speelt de eerste Tina vier tot vijf keer, de tweede Tina de overige. Mocht beiden niet kunnen, door bijvoorbeeld vakantie of ziekte, dan speelt een van de twee coverdames (Tina nummer drie en Tina nummer vier, red.) en daar ben ik er nu een van.

 

Op de plek waar ze nu zit, werd niet zonder slag of stoot bereikt. Charlotte: “Ik had net een contract voor zeven maanden getekend op een cruise. Daar was ik zangeres en deed theater. Ik zag toen dat er een auditie was voor de musical Tina in Nederland. Daar wilde ik echt graag aan meedoen, maar dat ging natuurlijk niet want ik zat op een boot ergens in Alaska. Ik heb mijn gegevens gestuurd met de vraag ofdat ik ook online auditie mocht doen. Maar ik kreeg een ‘nee’. Net voordat die zeven maanden erop zaten zag ik wéér een auditie voorbijkomen, ditmaal voor Duitsland. De hoofdrolspeelster nu hier in Nederland, Nyassa Alberta, was in Hamburg de alternate-Tina. Omdat ze hier in Nederland geen goede hoofdrolspeelster konden vinden, werd ze door het overkoepelende creative team overgeheveld van Duitsland naar Nederland. In Duitsland kwam dus een plekje vrij. Ik me wederom aangemeld, met de aantekening dat ik de week erop weer in Nederland zou zijn. Maar de auditie vonden al in die week plaats, dus… Ik nog een keer geprobeerd ofdat ik alsjeblieft, alsjeblieft de week erop auditie mocht doen, maar kreeg weer een ‘nein’!”

 

Balen dus? “Ik was inmiddels thuis, kreeg ik een verrassend mailtje vanuit Duitsland dat ze op de auditiedag niet een geschikte kandidaat hadden gevonden en ofdat ik alsnog een auditie wilde doen. Dat is goed!!”, schreeuwt ze ook nu uit. “Dus auditie gedaan door drie nummers in het Duits te zingen en deze opgestuurd. Daarop werd ik uitgenodigd voor een worksession in Hamburg om daar onder het oog van de musicaldirector en musicalsupervisor de liedjes live te zingen. In hun ogen zag ik het al: ‘wij willen haar!’ Zo stapte ik daar ook binnen. Ik wil dit echt zó graag! Daarnaast moest ik nog een dans- en acteerauditie doen. Vooral voor het acteergedeelte was ik een beetje bang. Daarom had ik twee coaches in de arm genomen om dat bij te schaven. In Londen vonden die audities plaats. Dat ging goed. De volgende dag kreeg ik een telefoontje vanuit Hamburg; ik was aangenomen! Dol- en dolblij natuurlijk!!”

 

En nu? “Vorige week was mijn première als Tina. Uiteraard nog een wijntje op gedronken na afloop. Het ging goed. Daarnaast ben ik ook aangenomen als swing. Je moet dan alle rollen kennen uit het ensemble. Je staat zeg maar klaar om in te springen wanneer nodig is. Ik ben nu dus eigenlijk alleen maar aan het oefenen-oefenen-oefenen, tot ik alles ken.”

 

Charlotte is nu zo’n tien jaar zangeres en artiest. Ze somt op. ”Vijf jaren heb ik gewerkt als entertainer bij Center Parcs, daarna tweeëneenhalf jaar bij Inspiration Point in Valkenswaard in een dinnershow. Daarna wilde ik heel graag wat van de wereld zien en tegelijkertijd werken. Ik wilde zóóó graag op een cruise werken, natuurlijk als zangeres. Auditie gedaan, maar het lukte niet om ‘aan boord’ te geraken. Ik heb vele audities gedaan. Dat is het leven van een performer; telkens weer auditie doen. Toen kreeg ik een aanbod om in Aruba als zangeres en waitress aan de gang te gaan, heb ik dat maar gedaan. Toen ik daar zat kreeg ik na, ik denk, twee maanden tóch een aanbod voor een cruise! Ik was zóóó blij! De ene dag zit je hier, de volgende dag zit je weer ergens anders. Veel gezien van de wereld, van Amerika en Alaska tot Japan en China. Je bent dan wel maanden van huis. Het toeval wil dat ik tijdens die cruise-periode een eigen Tina Turner-show heb ontwikkeld. Ik ben een echte Tina Turner-fan. Mijn stem en uitstraling komt, heel toevallig, overeen met de echte Tina Turner.”

 

“Ik stap nu net de musicalwereld binnen, maar mijn ambities zijn om door te groeien, naar alternate. In september verplaatst de show zich naar Stuttgart en ik wil hééél graag mee”, blikt ze voorzichtig al wat vooruit.

 

Als slot wil ze nog een boodschap meegeven. “Op mijn twintigste wilde ik al graag zangeres worden, maar ik durfde niet. Op mijn achtentwintigste toch die stap gezet. Als je iets wil, dan moet je erin geloven. Je moet het visualiseren en het uitspreken. Elke dag. Dat werkt. Je moet je dromen volgen!”

EERDSE KRANT - 27 februari 2020


Ebert (en Angela) van Wanrooij 25 jaar beheerder De Brink


Op 1 maart is Ebert van Wanrooij vijfentwintig jaar de beheerder van De Brink. Ter gelegenheid hiervan biedt het stichtingsbestuur Ebert en zijn vrouw Angela een receptie aan. Deze is aanstaande zaterdag en iedereen is van harte welkom van 18:30 tot 20:30 uur in De Brink om de jubilaris te feliciteren. 


Waar anders dan in de Praatkamer in het gemeenschapshuis spreekt de Eerdse krant met ze over het jubileum. Ze beginnen met vertellen dat 1 maart in meerdere opzichten een bijzondere datum voor hun is. Ebert: “Op 1 maart in 1976 hebben wij verkering gekregen. Het was op een maandagavond tijdens carnaval, in Sint-Oedenrode in De Beurs. Een vriendin van Angela komt naar mij toe met de vraag dat Angela wel verkering met mij wil. Oh, kan ze ook een bietje vrijen, zei ik. We hadden elkaar wel al eens gezien in de maanden ervoor, zo zaten samen op dansles. Ik een kameraad van mij gevraagd om te testen ofdat ‘dat meisje’ kan vrijen. Kameraad voert opdracht uit, draait zich om, geeft een teken dat het goed was en zo hebben wij verkering gekregen en later getrouwd.” En op 1 maart in 1999 kreeg Ebert een zeer ernstig ongeluk. Angela: “Een bus van het openbaar vervoer reed hem aan in de Sluisstraat in Veghel. We moesten van de dokter in de dagen erna afscheid van hem nemen. Maar een week later werd hij wakker. Dat is het andere uiterste.” 


Weer een stukje terug in de tijd. Bij de buren, op de Kempkens bij Sjef van den Braak Bedrijfswagens, heeft Ebert als automonteur gewerkt. Daarna is hij in 1984 samen met andere compagnon de bloemen in gegaan. “We hadden echter beiden geen verstand van bloemen. We zijn begonnen in het Franstalige gedeelte van België, want, zo was onze redenering, niet iedereen is het Frans machtig en dus hebben we minder last van concurrentie. Maar het punt was; wij spraken ook geen Frans! Een vrachtwagentje gekocht, en commissionair gevonden om onze bloemen in Aalsmeer in te kopen. De eerste keer kochten we voor twaalfhonderd gulden bloemen in en wij op naar België om deze aan winkeliers te verkopen. De volgende dag sprak in die commissionair en die vroeg hoe het gegaan was. Nou, niet echt goed want ik heb nog voor ongeveer twaalfhonderd gulden bloemen in mijn vrachtwagen… Communicatieproblemen, gaf ik aan. Echter, de taal beheersen ging snel en twee jaren verder hadden we drie vrachtwagens lopen. Daarna ben ik gaan specialiseren in kwaliteitsbloemen. Drie dagen in alle vroegte naar Aalsmeer, bloemen ophalen en dan naar de bloemisten in België. Daarnaast ben ik ook zelf gaan kweken op de Kempkens. Dat werd ook groter en groter.” 


Maar dan. “Begin ‘95 lag ik in het ziekenhuis in Nijmegen voor weer een operatie aan mijn rug. De dokter adviseerde mij om te stoppen met dit werk, anders zou ik binnen tien jaar in een rolstoel zitten: ‘Het is veel te zwaar werk voor je, dat kan je rug niet af’. Komt Annie van der Burgt op ziekenbezoek en zij vertelde dat de vorige beheerder Peter der Kinderen plots gestopt was. Ik zat op dat moment in het bestuur van de carnavalsclub en had op die manier veel te maken met Peter. Ik dacht, misschien is dat iets voor mij. In het ziekenhuis, eind januari was het, heb ik een sollicitatiebrief geschreven naar het bestuur en op 1 maart werd ik de nieuwe beheerder! Met de kwekerij ben ik in dat jaar gestopt en heb eerst naast de baan als beheerder nog een paar jaar bij verschillende bedrijven gewerkt tot ik dat ongeluk kreeg. Ik brak toen al mijn ribben en mijn longen waren kapot. De nasleep heeft meer dan tien jaar geduurd. Ondertussen nog weer een aantal operaties ondergaan, ik kom er nooit meer vanaf. Maar het had ook nog erger gekund. Sindsdien sta ik hier in De Brink voor vijf uur op de loonlijst. Het zijn er soms wel wat meer, misschien wel zes”, grapt hij.


Je hebt geen soort van inwerkperiode gehad? “Nee, de vorige beheerder was plots weg. Ik werd voor de leeuwen gegooid. Ik weet nog goed de eerste keer dat ik moest afsluiten. Ik heb denk ik anderhalf, twee uur rondgezworven want ik wist niet waar de schakelaars zaten om de lampen uit doen. Ik had iets van een rugzakje omdat ik regelmatig met Peter te maken had als bestuurslid van de carnavalsclub en wist links en rechts waar de pijnpunten lagen. Ik kreeg van het stichtingsbestuur de vrije hand en wilde er iets van gaan maken. Zo heb ik er meteen voor gezorgd dat er Bavaria uit de tap kwam, want eerst was het Heineken wat hier getapt werd. Maar ik hoorde er altijd zoveel mensen over mopperen, dat we een half jaartje verder zijn overgestapt naar de brouwer uit Lieshout. Na de verbouwingen, vooral na opening van het achterste gedeelte in 2014, is het steeds beter gegaan. Maar er was ook een tijd dat het niet goed ging en dat we moesten wachten om salarissen uit te betalen tot er weer iets was binnengekomen. Dat kwam toen ook mede door het oude gebouw, er zaten toen geen groeimogelijkheden in. We hebben nu verenigingen uit omliggende dorpen, we liggen centraal, en ook grote activiteiten. Het gaat twaalf maanden per jaar door.”


De taken zijn helder. Ebert regelt veel en doet de boekhouding. Angela doet de boodschappen, poetst twee dagen in de week en ze helpt mee in de bediening. “De laatste maanden is het erg druk geweest, mede ook met alle voorbereidingen op de carnaval. We faciliteren, we dragen er aan bij dat het allemaal goed verloopt en dat is leuk dat je daarvoor complimenten krijgt. Ook fijn is dat we sinds 2014 groepjes vrijwilligers hebben die hand- en spandiensten verrichten en zich betrokken voelen en iedere week weer terugkomen. Daarnaast hebben we een team van vijftien tot twintig mensen. We zijn geen doorsnee gemeenschapshuis in Meierijstad. 

“Terugkomend op slechte tijden, wat wij over ons heen hebben gekregen toen het rookverbod ingesteld werd, dat ging nergens over. Wij handelde gewoon in opdracht van het bestuur, maar wij werden er op aangesproken. De gemeenschapshuizen moesten al veel eerder dat verbod invoeren. We hadden het al uitgesteld, maar na een controle is het verbod direct ingegaan, wat nogal voor commotie zorgde. Daar sta je dan boven, maar als je dan wordt geslagen, dan blijft dat langer hangen. Nu is dat geen item meer.” 


Anekdotes worden zo even uit de mouw geschut. Ebert: “Broer Smits kwam twee keer per jaar in de Brink, bij de dorpsraadvergaderingen. ‘Van Wanrooij, doe mij een sinas’, zei hij dan, en ‘ik moet die sinas van vorige keer nog afrekenen’. Die sinas van een half jaar geleden rekende hij af en de consumptie die hij op dat moment nam niet. Dat herhaalde zich zo een paar jaar tot ik hem vroeg waarom hij dat zo deed. ‘Moet ‘ns goed luisteren Van Wanrooij’, zei hij op zijn droge manier, ‘in de kroeg moet je schuld hebben, dan heb je een excuus om terug te gaan!’.

Een andere anekdote. Ik was thuis en werd gebeld door iemand dat de tussendeur aan het einde van de hal op slot was. Hij kon niet binnen, dus ik vlug op de fiets gestapt om die deur open te maken. De man staat netjes bij de deur te wachten als ik binnenkom. Ik loop vervolgens naar die deur, pak de klink vast en… open de deur! Kijk eens wat hier staat, wees ik hem op het bordje dat op die deur zit. Daar staat ’duwen’ op. Hahaha.” 


Tot slot, Ebert: “Zolang we er nog plezier in hebben, en dat hebben we nu, gaan we lekker door. Ik kan nu echt niet achter de geraniums gaan zitten.” 

EERDSE KRANT - 12 maart 2020


Gehele oeuvre Bernard van Dam gebundeld


Jumbo-topman Frits van Eerd had zondag de eer om de eerste duo-box in ontvangst te nemen met het gehele oeuvre van de Eerdse journalist, schrijver en tekenaar Bernard van Dam (1881-1958). De opbergcassette, genaamd Brabants Dorpsleven, omvat 10 themadelen en 11 boeken met in totaal ruim 3000 pagina's!


De Eerdse kerk was zondag in de namiddag goed gevuld bij de eindpresentatie van het oeuvre van Eerdenaar Bernard van Dam. De eindpresentatie zou eigenlijk al in november hebben plaatsgevonden, maar er werd nóg meer werk gevonden wat de Stichting Bernard van Dam heeft doen besluiten om deze te verplaatsen naar afgelopen zondag. 


Wat begon bij een tentoonstelling in september 2018 door werkgroep Eerdelogie over twee markante Eerdenaar, te weten pastoor Willenborg en Bernard van Dam, heeft geleid tot het opsporen en bijeenbrengen van alle publicaties en werken van laatstgenoemde. Het eindresultaat van de zoektocht mag er zijn! Een prachtige handgemaakte opbergcassette, bestaande uit twee delen die door ze op elkaar te zetten de gepreegde ex libris (afbeelding, onder) van Bernard van Dam compleet maakt. Al zijn werk omvat elf boeken met in totaal ruim drieduizend pagina’s. Gijs Wortel, een gerenommeerd boekbinder, vertelde in het kort hoe de opbergcassette tot stand was gekomen. Hij gaf de aanwezigen aan dat tussen de ‘floppy’ waar alle bestanden op staat en de opbergcassette, zo’n zestien kilogram verschil in zit. 'De boeken hebben het formaat van een A4 Long, een geschikt formaat om alle werken goed zichtbaar op te laten zien'.


Daarvoor was er een symbolische handeling: cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers droeg het resultaat van vele jaren speuren in archieven over aan voorzitter Ben van Dam van de stichting: drie grote dozen met dikgevulde ordners artikelen en tekeningen. Hij vertelde daarbij ‘ongelofelijk trots te zijn op dit monumentaal bouwwerk dat staat als een huis’. Bernard van Dam was volgens Rooijakkers een meester in dieren te laten spreken in zijn tekeningen. Hij ziet in het werk van de Eerdenaar ook een weerspiegeling in de actualiteit van vandaag. ‘Bernard beschreef en tekende treffend het gevoel van de achterban in de jaren dertig van de vorige eeuw. Hij kwam op voor de kleine boer, maar ging soms ook te ver daarin en werden zijn tekeningen niet geplaatst omdat men geen opstand wilde. Hij heeft dan ook vaak op zijn tong moeten bijten. 


Ook de pastoor werd niet gespaard; hij had soms meer op met God dan met zijn grondpersoneel. Bernard had de mogelijkheid om te switchen tussen verschillende werelden. Hij was een heertje uit Eerde, met verschillende stijlen. Hij is een held!.’


Plots verscheen Bernard van Dam, in de persoon van Gerard Gloudemans, ten tonele. Geheel in stijl, dus met tekenmap in de hand, was hij even neergedaald vanuit de hemel in de Eerdse kerk. Hij zag dat onder het plaatsnaambordje ‘Eerde’ een andere naam stond en dat het hedendaagse Eerde er iets anders uit ziet dan toen. Maar gelukkig had hij als aanknopingspunten de Eerdse kerk en de Antoniusmolen, mét wieken. Hij was trots dat er nog een bakker in d’Eerd was, maar dat die wel aan de andere kant van de weg zit. Toen hij zag dat hij een eigen straat heeft, werd hij er even stil van. Hij sloot af met ‘het boek is vol, er kan niets meer bij. Ik ben dan ook trots op alle mensen die mijn werk verzameld hebben!’


En dan het officiële moment van de presentatie. Frits van Eerd kreeg van de stichting het eerste exemplaar van het Brabants Dorpsleven aangeboden. Het is een special edition van de boeken en de duo-cassette. Familie Van Eerd heeft, mede vanuit een historische band met familie Van Dam want ook zij waren molenaars, het project ruimhartig ondersteund. De Jumbo-topman vertelde in zijn dankwoord zijn roots niet te verloochenen en ook groot belang te hechten aan de overdracht van de Brabantse en Meierijse geschiedenis aan volgende generaties. ‘Hoe is het mogelijk, zoveel tekeningen? Wij zijn dan ook dankbaar om deze papieren uitgave mogelijk te maken.’


De stichting gaf op het einde van de presentatie aan dat het werk een belangrijke bron is voor vervolgprojecten in de educatieve en culturele sfeer. Voorzitter Ben van Dam somde heel kort de plannen voor de nabije toekomst op: ‘Een seizoenstentoonstelling in het Boerenbondsmuseum (opening 29 maart), de Eerdse basisschool die in samenwerking met de Cultuurkade in Veghel en Erfgoed Brabant komend schooljaar een project start over persoonsvorming met de bijzondere Bernard als voorbeeld en de samenwerking met een aantal heemkundige en streekinstanties voor wat betreft uitwisseling van materiaal en kennis.’


Na afloop lagen de serie boeken met de mooie cassette ter inzage en daar werd door de vele belangstellenden driftig en bewonderend gebruik van gemaakt. Op www.bernardvandam.com staat meer informatie, over onder andere hoe de boeken te bestellen zijn. En er was de gelegenheid om de Cuvée Bernard te proeven, een bier speciaal voor deze gelegenheid gebrouwen door twee achterkleinkinderen. De een is… bakker, de andere is… tekenaar; de appel valt niet ver van de boom…

EERDSE KRANT - 26 maart 2020


Het Bankje


Op misschien wel het mooiste plekje in de Eerdse bossen staat een (houten) bankje, met uitzicht op een stuk heide waar in de zomer Drentse heideschapen grazen. Omringd door bossen, fluitende vogels en de gezonde geur van boslucht dé ideale plek om, onder het genot van verse koffie met iets lekkers, een `Eerdenaar´ te interviewen over een (actueel) onderwerp.

 

Na achttien jaar een bestuursfunctie te hebben bekleed in het stichtingsbestuur van gemeenschapshuis De Brink, waarvan de laatste acht jaar als voorzitter én penningmeester, heeft Ad van de Meerakker (64) de voorzittershamer doorgegeven aan zijn opvolger, Edward de Gier. 

 

Een gele vlinder vliegt voorbij als Ad heeft plaatsgenomen op het bankje en de koffie wordt ingeschonken. “Dat is ons Esther”, doelend op hun overleden dochter. “Dat hebben we al vaker meegemaakt. Als wij aan het wandelen zijn dan vliegt er soms wel eens een gele vlinder met ons mee. Zij hield namelijk van de kleur geel.”

 

Hoe ben je in het bestuur gekomen, is de logische openingsvraag. “Toon van den Tillaart, toen de stichtingsvoorzitter in 2001, gaf aan te stoppen en hij zag in mij zijn ideale opvolger. Ik zag dat niet zo zitten, want moet een simpel boerke op De Kuilen een bankdirecteur die dit vijfentwintig jaar heeft gedaan opvolgen, zo gaf ik aan toen hij mij kwam vragen. Ik heb me echter altijd wel ingezet voor het dorp, bij de Rabobank, ZLTO, NCB en school en heb om die reden een paar dagen later aangegeven om het te doen. Toon gaf nog aan dat, als ik was ingewerkt, ik een betere bestuurder zou zijn dan hij.” 

 

Ad heeft net voor dit interview nog even vluchtig de notulen van zijn allereerste vergadering ingezien. “We spreken september 2001. Onderwerpen op die vergadering waren Ebert van Wanrooij, de beheerder die een ongeluk had gehad in 1999 en het ging erover ofdat hij nog zou terugkeren. En het ging nog over een rekening van bouwbedrijf Van de Ven. Bestuursleden waren toen Diny van der Linden, Robbert van der Looij, Diny van der Pol en Gerard Rutjes, hij was de penningmeester. De functie van penningmeester heb ik vrij kort daarna van Gerard overgenomen. Want dat was misschien niet helemaal duidelijk overgekomen, ik wilde namelijk geen voorzitter en zeer zeker geen secretaris worden, want ik heb veel te lang werk om een paar regels op papier te krijgen. In die notulen staat ook dat ik vraag naar de statuten. Waarom was ik toen al zo’n pietje-precies?”, lacht Ad. Dan weer serieus: “Ik heb, denk ik, me voor de rest van de tijd wel aan die statuten gehouden.”

 

Een paar jaren later moest het stichtingsbestuur een ingrijpende maatregel nemen die niet in de statuten voorkwam. “Op een dag ergens in 2003 stond de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op de stoep. We moesten ons aan het rookverbod houden. Dat heeft een hele impact gehad, want we hadden verschillende verenigingen binnen waarbij gezelligheid voorop staat, denk aan de biljarters. De foyer was een belangrijke inkomstenbron, maar door het rookverbod hebben vooral Ebert en Angela een goed hart getoond om door te gaan. Die werden er vooral op aangesproken. Wij als bestuur veel minder. We zaten toen alles bij elkaar wel in een negatieve spiraal.”

 

Eerde is binnen de oude gemeente Veghel altijd een vreemde eend in de bijt geweest. “We hadden als enige een eigen gebouw. Ook de grond was van ons. Als er iets kapotging moesten we dat zelf betalen. Maar ik zag toen al dat we dit niet gingen volhouden. Op annuïteitenbasis was voor de bouw begin jaren zeventig een aantal leningen afgesloten voor vijftig jaar bij de gemeente. De rente werd gesubsidieerd, de aflossing was voor De Brink. Een perfecte deal voor de eerste tien, twintig jaar. Ook bij de Rabobank werd nog een lening afgesloten. Na zo’n dertig jaar kregen we steeds minder subsidie, maar de vaste lasten stegen. Vele gesprekken met de gemeente en een aantal wethouders verder werd besloten om dit gelijk te trekken, maar dat duurde vervolgens wel een hele tijd. In 2005 zijn we als bestuur echt aan de slag gegaan om ook het achterste gedeelte aan te passen, de zogenaamde fase 2. Fase 1 was in 2000 afgerond, het voorste gedeelte, met de foyer, de toiletgroep en de ingang. Maar het proces nam vervolgens een hele tijd in beslag. Er lagen goeie rapporten, onderzoek wees uit dat Eerde het nodig had, voldoende draagvlak en argumenten. Komt het in het college en raad, maar dan riep er weer iemand dat het daar en daar tegenvalt en heeft Eerde het wel écht nodig? Dan werd het weer uitgesteld. In 2011 werd gelukkig het besluit genomen voor de verbouwing en konden we aan de slag. Die viel gelijk met een harmonisatie van gemeenschapshuizen in de gemeente Veghel en werden wij na de verbouwing van eigenaar huurder.”  

 

We nemen even de tijd voor nog een bakje koffie en hebben het over de onzekere tijd waarin we nu leven. Vele mensen passeren tijdens het interview het bankje. Het is veel drukker in de bossen dan normaal.

 

Ad nam zitting in de bouwcommissie tijdens die verbouwing. “Ik kon overdag weg, dus dat kwam goed uit. We hebben een boerderij die moest door draaien, maar die draaide ook gewoon door. Er werd thuis wel eens gezegd: ‘is er alleen maar De Brink?’. Het waren inderdaad drukke tijden, er waren weken waarbij ik er elke dag mee bezig was. Samen met Ebert hebben we de bouw goed gevolgd. We kenden de tekeningen uit ons hoofd. Maar als penningmeester zag ik ook onze kas in die periode langzaam leeg raken. Zo weet ik nog dat we een keer in december de salarissen niet konden betalen aan het personeel en we moesten wachten tot de maand erop de zittingen waren geweest. We hebben tijdens de bouwperiode de verenigingen de mogelijkheid geboden om in het voormalige Drie Ghemalen-gebouw hun activiteiten door te zetten. Ook voor de basisschool was het een goed alternatief om te gymmen. Met wat aanpassingen, dankzij ook de hulp van vrijwilligers, is dat goed gelukt. Dit moest echter wel komen uit het budget van 1,7 miljoen euro, het bedrag dat we kregen voor de verbouwing van De Brink. Eind 2013 heeft de gemeente het gebouw gekocht en zijn ook de leningen die we bij ze hadden lopen afgelost.” 

 

Voor Ad was het gemeenschapshuis geen onbekend terrein. “Op de woensdagavond heb ik heel lang gebadmintond. Ik sloot dan ook altijd De Brink mee af, zodat diegene die dan werkte er niet alleen voor stond. Ik deed op de donderdag hetzelfde bij TRIONA, de trimclub. Ik kreeg op een gegeven moment wel wat last van blessures bij het badminton, kon dat thuis natuurlijk niet gebruiken en ben daarmee gestopt. Ik kreeg toen ik in het bestuur zat uiteraard wel eens iets te horen, na afloop aan de bar, als er bijvoorbeeld opmerkingen waren over het een of ander. Maar ik was daar altijd duidelijk in en wees ze erop dat ze dat via de officiële weg moesten bewandelen. Ook mijn vrouw Petra werd daarop wel eens aangesproken, maar die was daar ook duidelijk in.”   

 

En je bent uiteindelijk wél voorzitter geworden? “Klopt. We zijn dan inmiddels wel tien jaar verder. Bestuursleden stopten, we waren op een gegeven moment nog met drie: Antoinette van de Burgt, Suzanne van Kronenburg en ik. We hebben toen wel rondgevraagd om nieuwe bestuursleden te krijgen, maar omdat we inmiddels drukdoende waren met de verbouwing, hebben we dat toen even laten rusten.”

 

Hoewel Ad de laatste jaren dus de functie van voorzitter en penningmeester beklede, en in principe van al het reilen en zijlen op de hoogte was, hebben ze hem toch een keer verrast. Dat was in de zomer van 2015. “We hadden een bestuursvergadering in de Spiegelzaal in plaats van de Praatkamer. Alles was bezet, werd me medegedeeld. Prima, dacht ik toen. Maar in de Spiegelzaal aangekomen zag ik dat de tafel precies in het midden stond. Ik verbaasde me daarover en zei nog ‘waar je een tafel in zo’n grote ruimte moet neerzetten?’. Schijnbaar in het midden dus! Maar het werd vlug duidelijk waarom we daar zaten, want ineens komt een cameraploeg binnen met in hun kielzog een macht volk. Bleek het om De Kei van de Maand te gaan van het toenmalige Skyline TV. Het hele bestuur kreeg deze onderscheiding voor het vele werk dat we hebben verzet voor de verbouwing. Een mooi gebaar.” 

 

Ad verdeelt zijn bestuursperiode in drie blokken van elk zes jaar, zo gaf hij ook aan tijdens zijn laatste woordje op de nieuwjaarsreceptie van het dorp, begin januari. “De eerste zes jaar waren het zwaarste. Kon beheerder Ebert van Wanrooij nog wat betekenen voor De Brink. Achteraf zijn we blij dat we een oplossing hebben gevonden om hem voor vijf uren op de loonlijst te zetten. En het plotseling overlijden van onze dochter heeft heel veel impact gehad. Ik heb toen wel een paar vergaderingen gemist. De tweede peridode van zes jaar stond vooral in het teken van de verbouwing van het achterste gedeelte van De Brink. De opening in maart 2014 is voor mij het hoogtepunt in mijn periode als bestuurslid. Maar het moest nog wel gaan lopen, want er stond nog steeds niets op de rekening. Je nodigt dan een keer de Tribute To The Cats Band uit en als je dan complimenten krijgt dat de akoestiek geweldig is en de zaal prachtig is, dan doet dat goed. In de derde periode kwamen geleidelijk meer verenigingen en andere evenementen en hebben we van De Brink weer een goed draaiend gemeenschapshuis gemaakt met een financiële buffer. Maar nu met de coronacrisis is het zeker een paar maanden dicht en vinden evenementen geen doorgang. Hopen dat het allemaal goed gaat komen. Van een officieel afscheid is het er nog niet van gekomen, in september is nu een datum geprikt.”

EERDSE KRANT - 23 april 2020


Het Bankje


Op misschien wel het mooiste plekje in de Eerdse bossen staat een (houten) bankje, met uitzicht op een stuk heide waar in de zomer Drentse heideschapen grazen. Omringd door bossen, fluitende vogels en de gezonde geur van boslucht dé ideale plek om, onder het genot van verse koffie met iets lekkers, een `Eerdenaar´ te interviewen over een (actueel) onderwerp.



Bart van Geffen (74) maakte ‘op een haar na’ vijfentwintig jaar deel uit van dorpsraad Eerde. We blikken op een mooie zomerse dag in deze lente terug op die periode, die een toch wel bewogen einde kende. Officieel is hij sinds 1 maart geen dorpsraadlid meer.


“In het begin vond ik het allemaal minder leuk, maar het is nu een beetje gezakt en relativerend denk ik nu dat het moet kunnen”, geeft Bart zijn lichte aarzeling aan om op het bankje plaats te nemen.

 

“Toon Verhagen heeft mij destijds gevraagd ofdat ik interesse had om bij de dorpsraad te komen. Officieel ben ik in 1997 bestuurslid geworden, maar ik liep al een jaartje mee. Dat is zeg maar een soort van proeftijd. Na een jaartje kun je dan aangeven ofdat het bevalt en je doorgaat ofdat je stopt. Het beviel goed, leuk om voor de gemeenschap mee te denken en over allerlei zaken mee te praten. Bestuursleden van het eerste uur waren Bertus van Berkel, Coby Verbruggen, Harrie van de Laar, Peter van de Ven en Toon Verhagen. Ik ben al die jaren bestuurslid geweest, de laatste jaren was ik de penningmeester.” 


In het dagelijkse leven was Bart, voordat hij met vroegpensioen ging, technisch directeur bij een bouwbedrijf. “Ik heb gewerkt in Houten, in Apeldoorn, in Huissen, in Rijssen, niet in de buurt zeg maar. Ik had wel veel ervaring met contacten, hoe je iets moet aanpakken, dat heeft voordelen die je meeneemt als bestuurslid.”  


Het ontvallen van Toon Verhagen was een zware aderlating voor hem. “We vormden een goed koppel, ook privé. Ik heb me, op het moment dat het met zijn gezondheid niet goed ging, hard voor gemaakt om hem eerder dan gebruikelijk te benoemen tot Eerdeburger. Normaal wordt dat bekendgemaakt op de Nieuwjaarsbijeenkomst, begin januari. Maar voorzitter Eric Krol heeft al een maand eerder bij hem thuis de versierselen opgespeld. Toon en ik zijn vaak samen naar raadsvergadering geweest. We hadden bijvoorbeeld goede contacten met Jan Kerkhof. Toen hij wethouder werd van gemeente Veghel hebben we een foto van de pastorie bij hem op zijn kamer neergezet. ‘Denk eraan, als er iets gebeurt dan moet de pastorie terugkomen’, gaven we hem mee. Begin dit jaar zag ik Kerkhof nog bij de welstandscommissie, waarvan hij de voorzitter is. Even mee gesproken en hij gaf terloops aan dat hij de foto van de pastorie nog steeds heeft. Mooi toch! Wij zeiden altijd tegen hem dat Eerde zeven plagen heeft. We zijn begonnen met de gasleiding, PNEM, vuilstort, industrieterrein Veghel, industrieterrein Schijndel, asielzoekers en A50. ‘Daar hedde ze weer’, zei hij dan als hij ons zag.” 

We doen nog een rondje koffie. Een wielrenner in Jumbo-Visma kledij schiet over het fietspaadje voorbij. Hij heeft het postuur van Tom Dumoulin… “Fietsen is een hobby van me. Zo zat ik een keer in de Ronde van d’Eerd in een kopgroep van vier. Mijn drie metgezellen waren ergens begin twintig, ik ging richting vijftig. Sprak de speaker van dienst dat ‘vader en zijn zoons waren weggesprongen’!”


Onderwerpen genoeg dus in al die jaren. Ook aan de ontwikkeling van het Capellevelt heeft Bart een steentje aan bijgedragen. ‘Ik wist in de buurt bouwprojecten in de jaren 30-stijl en ging dan op een zondag met Toon Verhagen daar kijken om ideeën op te doen. Het gebied ligt dicht bij de kerk, we vonden dat het ook een beetje een oude stijl moest hebben. De gemeente wilde in eerste instantie de woning op dezelfde plek bouwen waar het bejaardenhuis had gestaan. Wij vonden dat te kort bij de kerk. Als er een nieuwe weg moet komen, dan is het mooi dat je uitzicht hebt op de kerk. Op dat moment TH-studenten Aldwin van Hooft en Edwin van der Velden hebben als een studieopdracht het plan getekend.”


“We zijn met een evenementenveld ook jaren mee bezig geweest. Voetbalclub De Berkse Boys bestond nog, maar die moesten weg op de locatie waar ze zaten. Nog een aantal verenigingen meer zouden gebruik kunnen maken van het veld, maar uiteindelijk is dat doodgebloed omdat belangrijke deelnemers afvielen. De werkgroep is toen ook gestopt.” Daarmee haalt Bart het belang van een werkgroep aan. “Alle belanghebbenden doen dan mee, die bepalen mede ofdat het wel of niet gebeurt. Dat is een groot voordeel. De eerste voorzitter Bertus van Berkel was ook altijd een groot voorstander van werkgroepen. ‘Jullie zijn de werkgroep, informeer ons elke maand over de laatste stand van zaken’, kregen ze dan mee. Goed om te zien dat de nieuwe dorpsraad meteen een werkgroep heeft geformeerd aangaande het plan kerk en school, werkgroep Kerk en Dorpskern genaamd.” 


De laatste periode (“een zwarte bladzijde”) komt dan toch op tafel, de perikelen rondom behoud van het kerkgebouw en een nieuwe basisschool. Bart, zeer stellig: “Als we meteen een werkgroep in het leven hadden geroepen én Toon Verhagen had nog geleefd, dan was dit niet ontstaan! En daar wil ik nog aan toevoegen; luisteren wat de mensen willen. Vraag wat de mensen willen, nodig ze uit? Dan kan niemand achteraf zeggen dat ze van niets wisten. Na die hectische openbare bijeenkomst van maart vorig jaar kregen we als dorpsraad een flink aantal mailtjes van verontrustende dorpsgenoten. We kregen nóóit geen mailtjes na een bijeenkomst! Dat is toch een teken? Ik stelde voor om te evalueren, maar dat is niet gebeurd. Het was op het einde allemaal wat onduidelijk, daarom is het goed dat het voltallige bestuur is opgestapt. Ik heb geen wroeging, maar ik heb er wel moeite mee dat je na vijfentwintig jaar op zo’n manier weg moet.” 


We schakelen, om in wielertermen te spreken, weer over naar een ‘positieve versnelling’. Een leuke dorpsraad-anekdote schudt Bart niet zomaar eventjes uit zijn mouw. “Wij waren eigenlijk altijd serieus”, verontschuldigt hij zich bijna. Toch, bij toeval, vertelt hij er eentje. “Het betreft hier de firma Netten. Ze kregen de opdracht om hun opslaggebied op de Vlagheide opnieuw af te rasteren en aan te planten, zodat het gebied waar allemaal materialen liggen opgeslagen uit het zicht betrokken is. Maar wat deden ze? Ze hadden een nieuwe neergezet maar het verkeersbord, dat net voor de kruising staat, stond plots binnen de afrastering! Hahaha, ze deden aan landjepik. Wij weer naar de gemeente, Schijndel in dit geval, en zij gaven Netten de opdracht om deze nu op de juiste plaats te zetten.”  


“Ik heb vier voorzitters meegemaakt. Bertus van Berkel, Eric Krol, Ad Bekkers en Frans Zegers. Ze hadden allemaal een eigen manier. Een nieuwe voorzitter brengt ook weer nieuwe ideeën mee en dat is nooit verkeerd. Dat heeft altijd goed gegaan. De een is wat zakelijker, de ander vertelt wat meer of weer een ander kan goed delegeren”, beschrijft Bart de vier.  


Op 1 maart is dus het nieuwe bestuur van start gegaan, nog enkele tips voor jullie opvolgers? “Zorg, als er iets moet gebeuren, dat je een werkgroep in het leven roept! En ga niet alleen ergens naar toe, je kan eropaf gerekend worden. Ik heb er vertrouwen in dat het goed gaat komen.” 

EERDSE KRANT - 7 mei 2020


Verbodsborden geplaatst in Eerdse bossen!


Vorige week woensdag heeft de gemeente Meierijstad verbodsborden geplaatst in de Eerdse bossen. Het betreft hier het kerngebied van de Eerdse Bergen, het bosgebied tussen Eerde, de weg Vlagheide en De Kuilen. Ook is meegenomen het gebied van het voormalige MOB-Oost complex. Op acht strategische plekken geven de borden aan dat het verboden is voor gemotoriseerd verkeer, alleen bestemmingsverkeer heeft toegang. Een belangrijke stap voorwaarts om vooral wildcrossers te weren uit het kwetsbare natuurgebied. 


Ging de champagnefles open bij natuurwerkgroep De Eerdse Bergen? Fia Fiers van de werkgroep: ‘Nou, niet echt. Als je de geschiedenis kent, weet je dat we er al heel lang mee bezig zijn geweest. We zijn natuurlijk erg blij dat het eindelijk zover is.’


Waarom deze borden? ‘Al vanaf het begin van onze werkgroep is het weren van crossers en ander verkeer een belangrijk doel om aan te werken. We vroegen aan Eerdenaren in het begin wat er in de Eerdse Bossen moest gebeuren, en steevast kregen we het antwoord: ‘Die crossers moeten weg uit de bossen’. We zijn er dan ook steeds mee bezig geweest. Dat is al meer dan tien jaar.’


Hoe verliep het traject tot plaatsing? ‘Door gesprekken, met de gemeente Veghel indertijd, is er een plan gemaakt om de hele bossen af te sluiten voor verkeer. Dat was samen met de gemeente Schijndel en Veghel. Wethouders Annemieke van de Ven en Bart Claassen waren daarbij betrokken. Dat was te ambitieus gebleken en heeft het niet gehaald. Later hebben we de draad weer opgeplakt en met de nieuwe gemeente Meijerijstad hebben we meermaals overleg gehad met ambtenaren over de verkeersmaatregelen om de bossen in Eerde ‘verkeersluw’ te maken. Met de verkeersmensen en later ook met de wethouder Harry van Rooijen is toch een compromis bereikt in de vorm van deze verbodsborden. Als je met de gemeente zaken wil doen moet je veel geduld hebben. Nou dat hebben we gehad. Nu is het eindelijk zo ver.’


Borden staan er nu, wat aangaande de handhaving? ‘Niet de borden zijn het doel maar de borden zijn nodig voor de toezichthouders om over te gaan tot verbaliseren. Met andere woorden: nu kunnen ze de crossers op de bon te slingeren als ze hier komen crossen. De groene Boa’s kunnen nu een verbaal uitschrijven. Er zijn nog geen afspraken dat ze gaan handhaven. Dat moet ook een verrassing blijven. Ook hopen we dat door handhaving de rust in de bossen terugkomt voor de natuur maar ook voor de wandelaars is dat gunstig. Wij hebben geen hekel aan crossers maar ze verstoren de natuur in dit kleine kwetsbare stukje bos dat wij willen beschermen. En de natuur kan niet voor zichzelf spreken.’

EERDSE KRANT - 14 mei 2020


De Vrijdagmiddagborrel


In het bedrijfsleven een bekend fenomeen: de vrijdagmiddagborrel. Om de werkweek goed af te sluiten even lekker samen met collega’s een borreltje pakken met een hapje, het werk het werk te laten om het over andere zaken te hebben die in het leven spelen. De Eerdse Krant duikt in deze rubriek ook in de ‘vrijdagmiddagborrel’, maar dan op elk mogelijke locatie in Eerde. Dat kan zijn op het terras, in het café, bij iemand thuis, bij een bedrijf of een activiteit. Spontaan óf op afspraak, als het maar op een vrijdagmiddag plaatsheeft. 


Deze vrijdagmiddagborrel was een hele bijzondere. Het had een hoog carnaval-gehalte en deze vond plaats op een… donderdag! Vrijdagmiddagborrels die spontaan ontstaan zijn het bijzonderst. Dit keer was hier duidelijk sprake van. Op donderdagochtend werd tijdens de bezorgronde van deze krant door uw redacteur een afspraak gemaakt met Jim van de Donk om zo rond de klok van half drie een bakje te doen. Plaats van handeling: op het bankje tegenover hun huis in de Schoolhuisweg. Ietsjes later dan de officiële koffietijd-tijd (drie uur) werden de werkzaamheden bij Jim even stopgezet en werd de Senseo aangezet.

 

Maar halverwege dat proces bedacht Jim zich en nam twee biertjes mee. Dat paste eigenlijk wel beter bij het weertype. Het was lekker warm, de zon scheen volop op deze donderdagmiddag, dan is een ijskoud biertje een prima aperitief en zit je voor je het weet midden in een vrijdagmiddagborrel… op de donderdag!!


Zullen we ‘onze Vorst’ ook uitnodigen voor een biertje, kwam even later het voorstel. Met ‘onze Vorst’ werd bedoeld Ruud van Gaalen. Hij werkt nu ook thuis, volgens Jim. Ten tijde dat Jim Prins van Oiversland was, was Ruud zijn Vorst. Eens een Vorst, altijd een Vorst. Die moet te allen tijde klaar staan voor zijn Prins, ook jaren later, toch? Maar een spervuur aan appjes ten spijt, geen enkele reactie. Komt plots Jeroen Botti op het gemakje langsgefietst. Laat dat óók een Vorst zijn! ‘Dan nemen we die maar’, roept Jim lachend. Meteen een appje naar Ruud: ‘we hebben al unne Vorst!’ Ruud reageert, dan toch: ‘Die kan ook veel beter drinken’, met de nodige lachende smileys. Hij verontschuldigt zich ook meteen. Hij is aan het werk, ook nog eens in het dorp van onze bierleverancier. Proost! 


Hoewel het bankje een beetje ‘verscholen’ staat, valt er genoeg te zien en te beleven in dit stukje Eerde. Je hebt er natuurlijk de geitjes die vlakbij zijn en zich soms laten horen, maar er komen ook wandelaars met en zonder hond voorbij en spelende kinderen nu de scholen nog dicht zijn. Dan stopt er een auto en stapt een man met een tweetal kinderen uit. De kofferbak gaat open, de kinderen hebben een bal bij zich en er klinkt een soort aluminiumgeluid. Jim zegt even later dat hij dacht dat het krukken waren, maar het bleek om een metaaldetector te gaan. ‘Zijn jullie bekend hier?’ vraagt de beste man. Alsof wij uit Boskant komen en hier aan de vrijdagmiddagborrel zitten!? En nog één: ‘Weten jullie dat er hier in de oorlog flink gevochten is?’ Dat weten we en we attenderen de man erop dat al de bosgronden van ons drieën is. Mocht hij iets waardevols vinden, hij de helft aan ons moet afdragen… 


Ietsjes later vragen we ons af waarom hij zijn auto tegenover het bankje heeft neergezet, en niet in de bossen? Het antwoord, na wat denkwerk, is dat die man het nieuwe verbodsbord aan het begin van de zandweg in de Bergweg waarschijnlijk gezien heeft. Prima, het werkt! 


‘Weten jullie wie dit bankje jaren geleden hier heeft neergezet’, vraagt Jim nog als de klok richting vijf uur loopt. ‘Gokje: de gemeente?’ Jim: ‘Fout, Bart van Erp.’ Alwééér een Vorst!! De cirkel is rond van deze borrel. Als afsluiter nog een appje gestuurd aan ‘Vorst Ruud’: ‘We hebben toch veul lol gehad!’ 

EERDSE KRANT - 21 mei 2020


Kleinkind - op primetime - op tv


Max van der Pas, kleinkind van Rien en Sjan van der Pas, was zondagavond - op primetime - te zien in een item in Studio Sport.


Hoe kun je wedstrijden organiseren met de anderhalvemeterregel bij contactsporten? Bij het boksen zijn ze daar heel creatief in: schaduwboksen. Schaduwboksen is zeg maar boksen in het luchtledige. Dit Nederlandse idee is ook internationaal opgepikt en slaat aan. ‘Een bokser wordt uiteindelijk wereldkampioen door zijn werk op een stootzak en zijn schaduwboksen’, benadrukt bondscoach Hennie van Bemmel van de boksbond in het item over de grote finale van het NK schaduwboksen.


Op het Nationale Sportcentrum Papendal in Arnhem ging die finale van het eerste Nederlands kampioenschap schaduwboksen tussen ‘onze’ Max van der Pas (foto, NOS), meervoudig Nederlands kampioen, en Enrico Lacruz. In dertig seconden moeten ze op afstand van elkaar alles geven wat ze in huis hebben. Een vakjury bepaalt vervolgens de winnaar. Dat werd Lacruz. ‘Het ging gelijk op’, was de prachtige reactie van Max na afloop voor de NOS-camera.


Hoe zaten opa en oma zondagavond voor de tv? “Trots natuurlijk”, klinkt Sjan van der Pas door de telefoon als ze die vraag krijgt. “Maar het voornaamste vind ik dat hij zo’n leuk jong is en heel sociaal. Doodgewoon, zoals wij ook zijn. Hij komt vaak hier, maar dat zal wel ietsje minder worden want hij woont sinds kort samen. We volgen zijn verrichtingen op de voet natuurlijk. We zijn al vaak naar zijn wedstrijden gaan kijken. Zo zijn we een keer een weekje mee naar Ierland geweest. Zijn grote droom is de Olympische Spelen. We zagen half maart zijn kwalificatiewedstrijd op het Europees OKT Boksen in Londen op de computer, maar hij verloor helaas. Hij heeft, als ze straks weer mogen boksen, nog één mogelijkheid om zich voor Tokio te kwalificeren.” Gaan jullie dan mee, als dat lukt? “Nou, de kansen worden steeds kleiner hoe verder je van huis gaat. Maar als onze Peter ook meegaat, dan misschien wel.”


Peter is jullie zoon, die was ook bokser, nu jullie kleinkind. Hoe komt het dat ze beiden boksbloed in hun aderen hebben, Rien en jij zijn toch niet echte vechtersbazen? “Helemaal niet, nee. Ik denk wel dat Rien ook iets gekunnen zou hebben. Maar dat was vroeger helemaal niet aan de orde, sporten. Ikzelf ben geen sporter. Maar weet je wat, nog een kleinkind meer is begonnen met boksen. Het is het zusje van Max, Janne. Zij heeft pas voor duizend man publiek in Time Out in Gemert gebokst en ze won haar eerste partij van een vrouw die een stuk groter was. Ik had een roos meegenomen voor haar, mocht ze winnen. Ze heeft de gehele avond met die roos rondgelopen.”

EERDSE KRANT - 4 juni 2020


‘Na tweeënhalve maand op nul, ben je heel blij!’


Op 15 maart jl. moest de horeca hals over kop sluiten door het coronavirus. Op tweede pinksterdag afgelopen maandag, tweeënhalve maand later, zijn ze weer gedeeltelijk opengegaan en konden op de terrassen vanaf 12:00 uur de obers weer drankjes uitserveren.


Zo ook bij café ’t Hooghuys, die speciaal voor deze dag een groot terras aan de overkant heeft gecreëerd. De Pastorietuin dient als decor en onder de stokoude acacia, de kiosk en andere bomen is het goed toeven voor de vele gasten. De weergoden zitten mee, het zonnetje schijnt voluit, de temperatuur is aangenaam. De 66-jarige ober René Scholte, al achttien jaar is dienst bij het enige café in ons dorp, loopt weer als vanouds rond met een dienblad vol met koude biertjes. Hij doet dat met een flair alsof er geen onderbreking is geweest.


Kastelein Geert Sijbers is ook tevreden dat hun zaak weer open kan. “Ik heb geen slapeloze nachten gehad, heb zelfs heel goed geslapen afgelopen nacht. Maar na tweeënhalve maand op nul, dan ben je heel blij om weer aan de gang te gaan! Nu hopen dat er binnen veertien dagen geen piek komt en dat we weer op slot moeten. Maar daar ben ik niet bang voor, we gaan de goede kant op.”


De horecaondernemer heeft wel de nodige maatregelen moeten treffen. Desinfecterende handgel bij ingang van het terras, tafeltjes staan ruim opgesteld, er moet anderhalve meter afstand worden gehouden en bij de toiletgroep is duidelijk aangegeven met pijlen en bordjes de looproutes.Een van de voorwaarde om een groter terras aan de overkant te mogen neerzetten, in plaats van het eigen en veel kleinere langs het café, is dat er geen muziek mag worden gedraaid, maar vanuit een (toevallig) openstaande raam bij de buurman klinken toch fijne muzikale klanken als achtergrond, zoals Toontje Lager met Stiekem Gedanst. ‘Er mag gedanst worden’, lacht een barvrouw, ‘maar dan wel anderhalvemeter uit elkaar’. Er wordt niet gedanst, maar wel meegezongen en geklapt met andere nummers. De stemming is vrolijk. Ook bij een ander tafeltje, waar wordt verteld dat ze thuis nog zat oud bier hebben, maar dat de gunfactor nu belangrijker is, ‘anders hebben we straks geen café meer’.


Iets na drie uur komt de politie zachtjes langsgereden, dit ter controle. Een politieagent roept uit het openstaande portierraam om de anderhalvemeterregel in acht te nemen en rijdt daarna rustig verder. De kinderen op het springkussen hebben daar geen oog voor, zij genieten (soms wel met een klein huilbuitje) net als de rest van de mooie dag én ‘historisch’ moment!

EERDSE KRANT - 18 juni 2020


Rotonde Eerdsebaan: take 2


Het asfalt op de rotonde van de Eerdsebaan is vorige week donderdag vervangen door een nieuwe laag. De reden; er kwamen scheuren in die gevaar opleverde voor de weggebruikers, met name voor motorrijders. Aanleiding voor de provincie om een spoedreparatie uit te voeren.


Een tweetal matrixborden kondigde een aantal dagen ervoor de reparatie aan en iets voor de klok van negen uur in de avond werd vorige week donderdag de weg afgesloten en kon de aannemer, Vermeulen Groep uit Hazerswoude-dorp, opnieuw aan de slag. Want ongeveer een half jaar geleden heeft de Eerdsebaan ook al een nieuwe asfaltlaag gekregen, maar waarschijnlijk was de samenstelling van het dichte asfalt, die gebruikt wordt bij rotondes, toen niet goed waardoor deze is gaan scheuren. En dus gaat de freesmachine weer aan de slag om de ‘oude’ laag te verwijderen. Een medewerker van het bedrijf zegt dit nog nooit te hebben meegemaakt. Dat is wel goed nieuws voor ze, want ook al is het maar een rotondetje, er is behoorlijk wat materieel en medewerkers aanwezig om de klus te klaren. We tellen een freesmachine, een asfaltmachine, een vrachtwagen met asfalt, twee veegwagens, een kraan, een wals, een klein vrachtwagentje met verkeersborden, dan een zestal verkeersregelaars en zo’n tien medewerkers van de Vermeulen Groep.


Dat valt ook op bij omwonenden Adriaan en Betsie van Hooft. ‘Het is geen wonder dat we zoveel wegenbelasting moeten betalen, als je dit hier ziet. Zo’n klein karweitje, en dan met zoveel?!’, zeggen ze hoofdschuddend, als ze op hun stoep in de voortuin de werkzaamheden aanschouwen. Dan krijgen de twee het over de doorsnede van de enige rotonde die ons dorp rijk is. ‘Ik schat zo’n vijfendertig meter, zegt Adriaan. Betsie zegt vijftig meter. De uitvoerder laat desgevraagd weten dat hij het ook niet precies weet, maar hij schat zo tussen de veertig en vijftig meter. Geen winnaar dus bij de ‘rotondeburen’, maar ze hebben alweer de gehele avond en een groot deel van de nacht wegwerkzaamheden voor hun deur.


Om zeven uur, twee uur voordat de werkzaamheden gaan beginnen, is al een medewerker aanwezig om de verkeersborden alvast op de juiste plekken neer te zetten. Het grote wachten kan dan beginnen voor hem, want hij zal als laatste weer koers richting het westen zetten, met zijn vrachtwagentje weer volgeladen. Nadat alles is weggefreesd en goed is schoongemaakt, moet men wachten totdat de laatste streekbus is langs geweest. ‘Omdat het een spoedreparatie is, is er geen omleidingsroute. Daarom moet de bus er nu nog door kunnen en te allen tijde ook blauw-blauw’, geeft een verkeersregelaar aan - die toevallig ook in november een aantal dagen hier heeft gestaan. Met dat ‘blauw-blauw’ bedoelt hij brandweer, politie en ambulance als die spoed hebben. Die kunnen dan over het fietspad hun weg vervolgen, zo geeft hij aan.


De bus laat lang op zich wachten, vijfentwintig minuten later dan in het draaiboek staat duikt ie dan toch uit de nacht op en kan de gehele groep in actie komen om de nieuwe laag aan te brengen.Het blijkt een precisiewerkje te zijn, asfalteren in een ronde met zo’n grote machine. Het gaat dan ook niet snel, meter voor meter. De man die de belijning moet aanbrengen arriveert dan net van een ander klusje, maar een teleurstelling is op zijn gezicht af te lezen. Hij dacht dat ze al klaar waren met asfalteren, maar dat valt dus tegen. Ook hij moet nog even geduld hebben om zijn werkzaamheden te kunnen verrichten, want het asfalt moet eerst ook nog afkoelen. Genoeg tijd ook voor hem voor een bakje koffie te nemen.


Maar bij het krieken van de vrijdag is alles weer netjes hersteld en kan iedereen die ochtend weer (veilig) over de Eerdsebaan naar zijn of haar werk. Het lijkt net alsof er niets is gebeurd…

EERDSE KRANT - 9 juli 2020


Klein en bijzonder dierennieuws


Haakakker goes wild!


Hét dierennieuws in deze uitgave komt uit de Haakakker. Een zwerm bijen doet de buurt opschrikken en een haan staat zijn mannetje!

 

- Je zult maar lekker op een zaterdagmiddag in je achtertuin zitten, hoor je opeens een geluid dat klinkt als dat van een zwerm bijen; is hét een zwerm bijen!! Dat overkwam bewoners in de binnenring op de Haakakker op zaterdag 27 juni. De lucht zag plots zwart en geel van bijen die even later een leiboom in de achtertuin van familie Verhagen hadden uitgekozen om zich met z’n allen te verzamelen in eerste instantie twee, wat later in één grote bol. Terwijl bij de ene bewoner de schrik om het lijf sloeg, bleef de ander koel en genoot van het schouwspel van moeder natuur. Vlug werd er op deze middag geschakeld op de buurtapp, want je wilt niet dat zo’n zwerm daar blijft. De redding was nabij, imker Ton Kusters werd ingeschakeld.

Een uurtje later arriveert hij in de Haakakker met een kleine bijenkast en een plantenspuit. De zwerm zit hoog, dus een trap is wenselijk. Gelukkig ligt er bij de buurman een telescoopladder van een schilder die eventjes wordt geleend. Daarna klimt Ton met de plantenspuit omhoog om de enorme zwarte bol met water te besprenkelen. “Door ze nat te maken vliegen ze moeilijker weg”, aldus de ervaren Eerdse imker die deze zwerm schat op zo’n 30.000 tot 40.000 (!) bijen. Van dat aantal wordt hij echter niet warm of koud van, hij heeft namelijk op de Vlagheide zo’n twintig kasten staan, met in elk zo’n… 60.000 bijen. Slik! Misschien komt deze zwerm wel van hem af, zo geeft hij aan. “Maar ik ga nu niet tellen ofdat ik er dertig- tot veertigduizend mis”, zegt hij lachend.

De zwerm is natgespoten, dan komt het serieuzere werk. Hét pak gaat aan en met de kast in de hand klimt hij wederom de ladder op. Bewoners, jong en oud, zijn op hun hoede want nu komt er een spannend moment aan. Deuren staan halfgeopend, mocht het nodig zijn dat… Ton houdt de kast onder de bol en schut dan een aantal keren flink aan de boom. Een groot gedeelte van de zwerm valt in de kast en nu is het hopen dat daarbij ook de koningin zit, want die is het belangrijkste. “Als de koningin in de kast zit dan zullen alle bijen die nu nog rondvliegen voor zonsondergang zich naar deze kast begeven. Ze zijn nu op zoek naar de koningin, maar bij de ingang zie je bijen al aan het stertselen. Dat is een goed teken, een teken dat de koningin in de kast is. Bij het stertselen houden de werkbijen het achterlijf omhoog en ontbloten ze de nasonovklier om het nasonovferomoon te verspreide. Daarmee lokken ze de anderen naar binnen.”

Het aantal rondvliegende bijen wordt minder en minder. Het zal dan nog wel uren duren voordat de kast zal worden opgehaald, maar de ergste schrik is voorbij. De bloeddruk daalt in de buurt.

 

- De setting is bijzonder te noemen voor dit interview over de haan Lucas Piep. Aan de keukentafel zitten vader en zoon, Huib en Mike Coppelmans, óp tafel zit de hoofdpersoon waarover dit artikel gaat, haan Lucas Piep - én twee kippen! Haan Lucas Piep is niet zomaar een haan, nee hij is een bijzondere haan. Zo’n negen jaar geleden kreeg Mike de haan voor zijn derde verjaardag. “Van een vriend had ik wat eieren gekregen en na het broeden was deze haan de enige die uitkwam”, geeft Huib aan als de haan samen de twee kippen vrolijk over de keukentafel heen lopen. “Hij heette eerst Pipi Langkous, maar omdat hij veel piepte, veranderde we zijn naam in Piep. Toen werd mijn neefje Lucas geboren en sindsdien noemen we hem Lucas Piep”, vult Mike zijn vader aan. Het ras is een Brusselse baardkriel, en een sterk ras zo te zien want de haan is al om en nabij negen jaar oud. “Zijn staart wordt wel steeds korter”, zegt Huib. “Eerst was die nog heel groot, nu heeft ie nog maar een klein staartje. Ouderdom hè.” Maar als Mike een bokshandschoen aantrekt, dan oogt Lucas Piep ineens weer als in zijn jonge jaren. Mike voert wat ‘stoten uit, de haan ontwijkt ze en ‘vecht’ terug. De veren fladderen in de rondte.

“Let op”, zegt Huib als het ‘gevecht’ klaar is. “Nu fladdert hij eerst wat met zijn vleugels en dan komt er een overwinningskreet.” En zo geschiedde. Als beloning komt er voer en een bakje met water op tafel. De haan is zeer netjes opgevoed, want hij laat eerst zijn twee dames eten alvorens hij zelf aan het pikken gaat. “De haan vindt mensen leuker dan kippen. Dat komt denk ik omdat hij de eerste drie maanden bij ons in huis heeft gezeten en daarna had ie acht jaar zijn plekje hier voor het keukenraam. Nu zit hij in de ren, samen met zijn dames”, besluit Huib terwijl het bakje met water tóch over de tafel gaat. De kippen kakelen - van plezier!?

EERDSE KRANT - 23 juli 2020


Coronavirus treft familie Van Zutphen ongelofelijk hard


De familie Van Zutphen heeft vlak na de uitbraak van het coronavirus hier in Nederland ontzettend veel voor hun kiezen gekregen. Het virus heeft het Eerdse gezin ongelofelijk hard getroffen. Oda en Leonard kwamen kort na elkaar op de intensive care terecht en vochten voor hun leven. Oda won de strijd tegen die verschrikkelijke ziekte, Leonard helaas niet. Oda is nu weer thuis en met steun van kinderen Marianne en Fred en hun gezinnen herstelt ze beetje bij beetje. “Ze zeggen allemaal dat ik er weer goed uitzie, dus ik durf gerust weer over straat.”

 

Oda van Zutphen is als dit interview plaatsheeft weer zo’n anderhalve week thuis. Thuis in haar vertrouwde omgeving hier in Eerde. Toch is die anders dan anders, want haar echtgenoot Leonard overlijdt op het moment dat ze in een ziekenhuis in coma wordt gehouden en ook vecht voor haar leven. Beiden waren besmet met het coronavirus en Leonard heeft daarvan helaas niet mogen herstellen. Ze oogt een tikkeltje ‘smaller’, zo zittend aan de tafel waar ook hun twee kinderen, Marianne en Fred, aanschuiven. Ze is acht kilo kwijtgeraakt, geeft ze aan. Niet kwijtgeraakt is haar wilskracht en energie, de blik in haar ogen waarachter een sterke vrouw schuilgaat en haar stem klinkt ook nog als vanouds. Luid en duidelijk, vol met passie met soms een vleugje humor. Wát een strijd, wát een verdriet heeft zij samen met haar gezin moeten doorstaan.

 

Begin maart krijgt Oda klachten. Ze voelt zich niet goed. Een paar dagen later gaat ze naar de huisarts. “Ik hoefde niet te hoesten, maar had wel koorts. De longen werden nagekeken, maar die waren schoon. Er heerst ook nog een andere griep, kreeg ik te horen. Het coronavirus was bekend, maar eigenlijk ook niet meer dan dat. ‘Ga naar huis, pak een paracetamol en uitzieken’. Maar het werd thuis van kwaad tot erger en ik werd alleen maar zieker. Op zondag 15 maart ben ik naar Ziekenhuis Bernhoven in Uden gegaan. Daar bloed geprikt en verdere onderzoeken ondergaan. Daaruit bleek dat ik naar de intensive care (IC) moest. In Uden was geen plaats en ben toen naar het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven verplaatst.” De dag erna ging Oda aan de beademing. “Ik was hartstikke ziek, maar nog wel bij bewustzijn. Toen kwam er een dokter aan mijn bed en die zei: ‘u moet nú beslissen?’ De situatie werd namelijk kritiek. Er werd gevideobeld met Leonard en de kinderen. Ik moest ervoor gaan, doe wat je kunt, drukte de kinderen en Leonard me nog op het hart. Op dat moment besef je dat niet, maar dat waren zijn laatste woorden tegen mij. Het volgende moment zie ik boven mijn hoofd een witte slang, krijg ik een spuitje en zegt een verpleegkundige tegen me: ‘mevrouw, u gaat nu slapen’.”

 

Op 8 april, er waren toen al tekenen van herstel te zien, wordt er een canule geplaatst waarna het ineens een stuk beter met haar gaat. Oda: “Het rare was wel dat ik toen wakker werd maar niet kon praten. Ik kreeg een pen in mijn handen, maar daar kon ik ook niets mee want ik kon die eigenlijk niet eens vasthouden. Ik voelde me als een baby met het verstand van een volwassenen, maar kon het niet gebruiken. Je spieren zijn gewoon weg, zo werd me verteld. Dat is niet uit te leggen wat voor een gevoel dat geeft.” Op 16 april mocht ze van de IC af en ging ze naar de verpleegafdeling van het Eindhovense ziekenhuis. “Een paar weken later gingen we proberen ofdat ik een paar stapjes zou kunnen gaan zetten. Ik dacht nog: wat een onzin. Ik heb altijd kunnen lopen, waarom zou ik dat nu niet kunnen? Ik stond langs mijn bed, werd wel ondersteund, maar nee hoor, er viel niets te lopen. Ik had zelfs de kracht niet om mijn voet op te tillen en naar voren te zetten.”

 

“In het begin gaat het best wel snel. Je kunt eigenlijk niets, echter een paar dagen later kon ze al naar het raam lopen”, zegt Fred. “Wij waren daar ook blij mee, maar uiteindelijk worden die ‘stapjes’ steeds kleiner. Je houdt iets wat langer vol, maar je kunt niet meer. In het begin had mijn moeder echt het gevoel dat ze heel goed vooruitging, maar ze heeft daarna ook een tijdje gehad dat ze het heel vermoeiend vond en dat ze niets méér kon dan de dag ervoor.”

 

Oda, emotioneel: “Maar ik keek dan vanuit mijn bed op een wand vol met kaarten en dacht bij mezelf: het is de moeite waard. Al die mensen hebben, naast de appjes en telefoontjes, mij en kaartje gestuurd omdat ze me willen terugzien of het beste willen toewensen. Het is de moeite waard, ik ga er voor!!”

 

Over het Catharina Ziekenhuis zijn de drie heel positief. “Het is de beste plek waar ik had kunnen liggen. Ik heb een verzorging gehad dat ik tegen ze gezegd heb, dat als er volgend jaar lintjes moeten worden uitgedeeld, dan zijn jullie allemaal aan de beurt”, zo voelt Oda het. “Ze hebben voor mijn leven gevochten, daar zal ik ze altijd dankbaar voor blijven. Ik kreeg zelfs een kaart met de handtekeningen van alle IC-medewerkers toen ik daar wegging. Ge-wel-dig toch!” “Wij hebben dat gevoel ook”, zeggen Marianne en Fred ook zichtbaar geëmotioneerd. “Dat komt denken we door de warmte van de verpleging. Ze waren heel meegaand. Ons mam werd ook niet aangesproken als mevrouw Van Zutphen, maar gewoon als Oda. Ze namen overal de tijd voor. Ze hebben alles binnen hun kunnen eruit gehaald, ze hebben niet opgegeven.” 

 

Op 6 mei werd Oda ontslagen uit het ziekenhuis en ging ze naar het Libra Revalidatie locatie Blixembosch, ook in Eindhoven. “Daar lagen vele coronapatiënten. Opvallend: niemand had exact hetzelfde meegemaakt. Er komen een aantal zaken overheen, maar niemand heeft dezelfde weg begaan. De een had alleen maar koorts gehad, een ander diarree, weer een ander erge keelpijn. Ik zag ook mensen met zuurstof naar huis gaan. Verschillende ook met een klapvoet, maar afwachten of dat herstelt. Mijn conditie was heel ver achteruitgegaan. Ik was al mijn spieren kwijt. Een dag op de IC staat gelijk aan een maand herstellen, zo geven de deskundigen aan. Ik heb er vier en een halve week gelegen. Op 26 juni ben ik thuisgekomen.”

 

“Ons pap had altijd een kuchje, maar die klonk op het laatst anders dan anders”, zegt Fred als het gesprek even later over zijn vader gaat. “Als ik er dan telkens naar vroeg, werd hij een beetje boos. Jullie praten mij ziek, zei hij dan. Maar ik maakte me wel zorgen. Hij voelde zich al dagen niet helemaal lekker. ‘Ik zal wel de lichtere variant wel hebben’, hield hij zich groot tegen de huisarts die op bezoek kwam om te vragen hoe het met ons ging toen ons mam al een aantal dagen in het ziekenhuis lag. Maar het bleek niet goed te gaan met ons pap, want na het meten van zijn zuurstofgehalte regelde de dokter meteen een ambulance en moest hij naar het ziekenhuis. De dokter heeft nog geprobeerd om hem ook in het Catharina Ziekenhuis onder te brengen, maar na een controle in de triagetent in Ziekenhuis Bernhoven, dat was de eerste dag dat die in gebruik werd genomen, is hij overgeplaatst van Uden naar Arnhem. Dit gebeurde vijf dagen na ons mam, op 20 maart. Dan heb je een moment van; wát gebeurt hier? Allebei je ouders in het ziekenhuis en ook nog eens ver van elkaar.”

 

Er valt een stilte aan de keukentafel.

 

“Zes dagen later is ons pap gestorven. Het ging allemaal heel snel, het verraste ons ook. Op een geven moment wilde ze hem wakker laten worden, om te kijken hoe dat ging. De volgende dag echter hadden ze hem op zijn buik gedraaid en waren ze bang dat als ze hem weer terug zouden draaien het niet meer goed zou komen. We zaten aan het begin van de corona, dokters zeiden dan ook dat ze niet goed wisten wat te doen. Ze draaiden daar niet omheen: ‘we doen ons best, we doen wat we denken te moeten doen’. Hoe hard het ook klinkt, liever eerlijkheid dan dat je voorgelogen wordt. Op 3 april is hij gecremeerd. De erehaag voor ons pap, een initiatief vanuit d’Eerd, voelde voor ons gigantisch warm. Ongeveer anderhalve week na die crematie hebben Fred en ik samen het aan ons mam verteld. Ze kon toen nog niet verstaanbaar praten, maar we dachten te horen en te zien door het liplezen dat ze naar ons pap vroeg”, zegt Marianne over dat moment. “Het was bijzonder moeilijk, maar het voelde ook als een opluchting.”

 

Er is, voordat Oda in coma werd gebracht, nog vanuit Eindhoven contact opgenomen met het thuisfront. In Arnhem gebeurde dat niet, wat Fred betreurt. “Ik belde ’s morgens om een uur of negen naar de afdeling om te vragen hoe ons pap de nacht was doorgekomen. Ik wilde daarna ook ernaartoe gaan, maar kreeg te horen dat hij al naar de IC was gebracht en hij op dat moment geïntubeerd werd. Ik had nog zó graag iets tegen hem willen zeggen, je weet tenslotte niet ofdat het de laatste keer kan zijn.” Oda: “Leonard is in het ziekenhuis nooit bij mij geweest, er mocht maar één persoon komen. Marianne was de contactpersoon van mij, Fred werd dat van Leonard. Zo vertelden ze mij dat Marianne bij mijn bed en Fred bij Leonard, al beeldbellend de gegevens van ons aan elkaar aan het doorgeven waren.” Fred hierover: “Maar hun (de dokters, red.) weten het niet, wij hebben twee patiënten, laten we de informatie delen opdat er misschien iets van de ene naar de andere plek kan worden meegenomen!”

 

“Leonard behoorde tot de risicogroep daar hij ooit een hartinfarct heeft gehad. Zijn conditie heeft daarmee geleden. ‘Wat was uw conditie goed mevrouw’, hebben ze vaak tegen mij gezegd”, geeft Oda misschien wel als haar redding aan. Marianne: “Ons mam gaat drie keer in de week dansen, ze werkt af en toe nog, ze fietst nog in de rondte, haar conditie is goed ondanks dat ze vijfenzeventig is.” Fred is daar stellig over: “We hebben een ziekte waar op dit moment geen medicijnen noch een vaccin voor is, zorg dat je in goede conditie bent om een eventueel gevecht aan te gaan. Dat heeft ons moeder, denken wij, erdoorheen geholpen.”

 

“Elke keer als ik naar Eindhoven ging kwam het nummer Roller Coaster van Danny Vera voorbij op mijn Spotify-afspeellijst”, koestert Marianne een dierbare herinnering. “En dan speciaal één zin, die pakte mij enorm; I will find my way back home, where magnolia grows, where magnolia grows. Toeval of niet: op de dag dat ons pap thuiskwam verscheen de eerste bloem aan de magnoliaboom die hierachter in de tuin staat. De gehele week stond ie vol met bloemen. De dag voordat ons pap werd gecremeerd waren ze allemaal weer weg.”

 

Oda, ondertussen de achtertuin inkijkend omdat plots het zonnetje tussen de bewolking door schijnt en hun prachtige tuin 'verlicht': “Nu dat ik weer thuis ben mis ik Leonard echt. Het komt nu echt binnen, nu weet ik dat ik hem kwijt ben. Ik ben als getrouwde vrouw het ziekenhuis in gegaan en zonder er iets van meegekregen te hebben kom ik als weduwe thuis.”

 

“d’Eerd heeft, niemand vergetende, mij er ook mee doorgetrokken, getuige ook de vele kaarten die we hebben gekregen. Dit wordt echt door ons gewaar-déérd!” Een extra compliment krijgt de buurt van Oda. “Die heeft enorm meegeleefd. Het huis was versierd toen ik thuiskwam. Ze waren er allemaal. Geweldig! Petje af ook voor Marianne en Fred en hun gezinnen. Wat zij allemaal gedaan hebben!? Ze hebben, in alles wat ze geregeld hebben, altijd in gedachte gehouden ‘hoe zou ons mam het gewild hebben?’. Maar ik vind het ook top dat ze de gedachte van Leonard hebben meegenomen”, besluit Oda.



Naar boven